Zucht naar zeggenschap

ACV-congres Zeg nu zelf - Megafoon
We willen het debat in alle openheid voeren, zonder taboes. En in zijn volle bandbreedte. Niet enkel over het recht op zeggenschap, maar ook over het gebruik van die rechten. Waarvoor? Waartoe? Niet enkel over een betere werking van het bedrijfsoverleg, maar ook over de syndicale werking naar en in bedrijven, het ondernemingssyndicalisme. Niet enkel over wat moet gebeuren binnen bedrijven, maar ook over wat van buitenaf moet gebeuren. Dan hebben we het over het bedrijfsoverstijgend overleg, met werkgevers en/of met overheden. Maar evenzeer over wat we doen naar bedrijven waar de werknemers nog niet beschikken over gestructureerd overleg. Kmo’s vooral, maar zeker niet uitsluitend.

Solidaire zeggenschap

Het ACV is altijd gegaan voor een breed, solidair, waardengedreven syndicalisme. En vanuit die visie voor een solidair overlegmodel. In solidariteit tussen actieven en niet-actieven. Tussen grote en kleine bedrijven. Tussen de vaste kern van werknemers en de losse contracten. En met oog voor de bredere economische, sociale en ecologische uitdagingen. Om al die redenen hechten we ook zeer veel belang aan een stevige samenwerking tussen beroepscentrales en aan een wisselwerking tussen de professionele en de interprofessionele vakbondswerking. Zoals we ook sterk vasthouden aan het belang van bedrijfsoverschrijdend overleg, sectoraal en interprofessioneel. En aan de inbedding van ons syndicalisme en ons overleg in een breed Europees en internationaal syndicalisme. Ook omdat het met de Europeanisering en globalisering almaar belangrijker wordt zeggenschap van de werknemers te veroveren op die niveaus. En om de werknemers niet tegen elkaar te laten uitspelen.
Als we zeggen dat we het debat in zijn volle bandbreedte willen voeren, dan wil dat ook zeggen: voor alle types werkgevers en alle types arbeidsrelaties. 

Frisse wind

Bij een grote schoonmaak hoort het dat je ramen en deuren wijd openzet. Voor een frisse wind. Dat doen we op twee manieren. Enerzijds door onze militanten meer dan ooit een sterke stem te geven in de voorbereiding. Om van hen te horen wat werkt en niet werkt. En om van hen frisse ideeën aangereikt te krijgen over wat beter moet. Anderzijds door over het muurtje te kijken. Net zoals we dat begin jaren ’70 deden, bij de toenmalige debatten over sociaaleconomische democratie, kunnen we veel leren van buitenlandse voorbeelden. 

Aan de slag

We moeten ook alle kansen grijpen – meer nog, afdwingen – op andere niveaus. Lokaal, in en naar de bedrijven. Subregionaal, via de streekorganen. Sectoraal. Regionaal, in Gewesten en Gemeenschappen, zeker ook voor de zeggenschap van de werknemers voor de nieuwe bevoegdheden door de zesde staatshervorming. En niet in het minst Europees en internationaal. Vergeet niet dat de weinige echte verbeteringen qua inspraak en overleg in de laatste 35 jaar vooral van Europa zijn gekomen. Al was er de laatste jaren een totale stilstand. Maar terwijl het federaal van kwaad naar erger gaat, zijn er Europees toch een paar lichtpunten. En die moeten we, samen met het Europees Vakverbond (EVV), aangrijpen. Zoals we ook internationaal vooruitgang moeten blijven realiseren, zeker ook naar de MNO’s. Samen met het Internationaal Vakverbond (IVV) en de Global Unions. En met blijvende inzet in de Internationale Arbeidsorganisatie.