Zeg nu zelf: verbreden

ACV-congres Zeg nu zelf - Megafoon
Voor het ACV is het altijd een permanente zorg geweest om recht te doen aan alle werknemers. Door voldoende aandacht te hebben voor alle werknemersgroepen. Door te bewaken en te bevorderen dat onze leden- en militantengroep een weerspiegeling is van de brede werknemersgroep. Door zoveel mogelijk werknemers bij ons zeggenschapsmodel te betrekken.
Vaststelling is en blijft dat we daar nog onvoldoende in slagen. Je moet dat nu ook niet overdrijven. Het ACV is geen mannenbolwerk. Net zomin is het een uitstervende club van oude mannen en vrouwen in groene zakken. Uit ledenonderzoek blijkt dat we heel wat jongeren weten te bereiken en te binden, zij het op latere leeftijd dan voorheen. Zoals we ook veel beter dan heel wat andere vakbonden in de wereld de werknemers met losse contracten weten te bereiken. En zoals we ons ook altijd hebben ingespannen om werknemers met buitenlandse roots bij onze werking te betrekken. Maar het kan en moet beter. 

De uitdagingen op een rijtje

De klassieke uitdagingen:
  • blijven verjongen, verjongen, verjongen;
  • oog blijven hebben voor de werknemers in de kmo’s en zoveel als mogelijk ook binnen de kmo’s;
  • de vertaling van de groeiende diversiteit van de werknemersgroep, in het bijzonder naar herkomst, in onze syndicale werking en in ons zeggenschapsmodel.
Maar ook een reeks uitdagingen die zich vandaag scherper stellen dan weleer:
  • er is het oprukken van de tijdelijke contracten, van allerlei soort. Met een moeilijk woord: precarisering, zeg maar groeiende onzekerheid. Het gaat dan niet enkel om groeiende werkonzekerheid, maar om onzekerheid op alle vlakken;
  • er is de sterk gestegen jeugdwerkloosheid, met almaar meer langdurig werkloze jongeren;
  • samen met de uitbreiding van Europa en dus de uitbreiding van het vrij verkeer van diensten nam ook de schijnzelfstandigheid een hoge vlucht: met buitenlandse werknemers die hier komen werken met het schijnstatuut van zelfstandigen, met zware sociale dumping tot gevolg;
  • dat raakt aan een andere discussie: het vervagende onderscheid tussen zelfstandigen en werknemers. Dat zie je meest bij de zelfstandigen die zonder personeel werken, de ZZP’ers zoals ze in Nederland worden genoemd. Die vaak maar één opdrachtgever hebben en dus totaal afhankelijk zijn van die werkgever. Denk bijvoorbeeld aan pakketbezorgers in Nederland die exclusief in opdracht voor PostNL werken. De vraag is of het ACV ook geen rol heeft naar die groep van zelfstandigen zonder personeel.
Met tot slot ook de vraag of we wel voldoende aanwezig zijn in alle takken van het bedrijfsleven en alle branches van overheid, onderwijs en non-profit?