Zeg nu zelf: verbinden

ACV-congres Zeg nu zelf - Megafoon
We dragen in ons zeggenschapsmodel de economische, sociale en syndicale geschiedenis mee:
  • twee onderscheiden stelsels, een voor de publieke sector en een voor de privé-sector, met daartussen nog aparte structuren voor overheidsbedrijven en het onderwijs;
  • aparte mandaten en verkozenen voor arbeiders en bedienden; sinds de jaren ’80 ook een aparte kadervertegenwoordiging;
  • een zeggenschapsmodel dat, zeker voor de privésector, sterk is gebaseerd op het oude model van het industriële bedrijf, met op de werkvloer in hoofdzaak de werknemers van het eigen bedrijf, werkend binnen de bedrijfsmuren.
Dit vertaalt zich eveneens in onze syndicale werking en structuren. In de centrale overlegorganen overigens ook.

Investeren in het verbinden van werknemers

Het is niet de eerste keer dat we stellen dat ons zeggenschapsmodel, inclusief de syndicale werking en het sociaal overleg, moet worden aangepast aan de vervaging van het onderscheid tussen privé- en publieke sector en tussen arbeiders en bedienden. Zo hebben we al bij herhaling vastgesteld dat het klassieke, gecentraliseerde industriële bedrijf plaatsmaakt voor netwerken van bedrijven, vaak internationaal vertakt, tegenwoordig internationale waardenketens genoemd. Met ook meer en meer werknemers die elkaar nooit of nauwelijks zien, omdat ze permanent op afstand werken: thuis, plaatsonafhankelijk, bij andere bedrijven of in andermans huishouden.
Dat heeft al tot diverse aanpassingen geleid. Maar het is duidelijk dat we een tandje moeten bijsteken. En dat dit versneld moet gebeuren, om drie redenen:
  • de eerste bocht naar het eenheidsstatuut is genomen; en dus ontsnappen we niet aan een debat ten gronde over de vervlechting van onze syndicale structuren en onze syndicale werking;
  • we moeten de nering naar de tering zetten en dat dwingt tot meer efficiëntie;
  • hoe meer de solidariteit tussen de werknemers op de proef wordt gesteld, hoe meer we moeten investeren in het verbinden van werknemers.