Overleg in de openbare sector

Openbare sector
De collectieve arbeidsverhoudingen in de openbare sector worden geregeld via het syndicaal statuut van het overheidspersoneel. Dit statuut is vastgelegd in de wet van 19 december 1974 en haar uitvoeringsbesluiten (1984). Het syndicaal statuut is het instrument bij uitstek voor vakbondswerking in de openbare sector. Enkel de federale overheid kan dat statuut wijzigen. 
Het syndicaal statuut geldt voor de werknemers werkzaam bij:
  • de federale, de gemeenschaps- en de gewestelijke besturen, de openbare instellingen en de overheidsbedrijven
  • de gewestelijke en plaatselijke besturen (provincie- en gemeentebesturen, OCMW’s, plaatselijke maatschappijen zoals waterverdeling, …)
  • het officieel onderwijs (gemeenschapsonderwijs, provinciaal en gemeentelijk onderwijs). 
De wet van 19 december 1974 is niet van toepassing op het vrij gesubsidieerd onderwijs, op het openbaar vervoer (bus, tram, metro) en op de openbare kredietinstellingen. Daar geldt de wetgeving op de ondernemingsraden en de comités voor preventie en bescherming op het werk. 

Verloop sociaal overleg

De wet van 19 december 1974 bepaalt dat iedere maatregel die de overheid voorstelt moet worden voorafgegaan door overleg of onderhandelingen met de representatieve vakbonden. Is dat niet gebeurd, dan kan de Raad van State de maatregel nietig verklaren. Zowel de overheid als de vakbonden hebben het initiatiefrecht om een bepaalde materie op de agenda te plaatsen.

Over welke materies moet verplicht vooraf worden onderhandeld?

  • de reglementering met betrekking tot het geldelijk statuut, het administratief statuut, de pensioenregeling, de relaties met de vakbonden en de organisatie van de sociale diensten;
  • de algemene bepalingen inzake arbeidsduur, werkorganisatie en het personeelskader.
Het resultaat van de onderhandelingen wordt vastgelegd in een protocol. Zo’n protocol is een politieke verbintenis vanwege de overheid, maar is juridisch niet afdwingbaar. De overheid kan de beslissingen van een protocol naast zich neerleggen.

Over welke materies moet verplicht vooraf overleg plaatsvinden?

  • de concrete beslissingen inzake het personeelskader, de arbeidsduur en de werkorganisatie;
  • alle problemen met betrekking tot veiligheid en gezondheid;
  • de voorstellen die een verbetering van de menselijke relaties of een verhoging van de productiviteit beogen.
Overleg resulteert in een gemotiveerd advies.

Welke onderhandelings- en overlegcomités zijn er?

Conform het syndicaal statuut van het overheidspersoneel moeten de onderhandelingen en het overleg plaatsvinden in de daartoe opgerichte comités. De comités zijn paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de overheid en vertegenwoordigers van de representatieve vakbonden. 

Comité A 

Het gemeenschappelijk comité voor alle overheidssectoren: de federale sector, de gemeenschaps- en gewestelijke besturen en de openbare instellingen, de overheidsbedrijven, het officieel onderwijs en de plaatselijke en gewestelijke sector. 
De overheidsdelegatie in Comité A bestaat uit vertegenwoordigers van al deze geledingen. In feite is Comité A voor de openbare sector wat de Nationale Arbeidsraad is voor de privésector. Bovendien is alleen het Comité A bevoegd voor de gemeenschappelijke minimale socialezekerheidsrechten van alle personeelsleden van de overheid. Deze ‘minimale rechten' hebben betrekking op kinderbijslag, pensioenen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, loonindexering, vakantiewetgeving, loopbaanonderbreking, enz. 

Comité B 

Dit comité is bevoegd voor de federale overheidsdiensten. Er bestaan 20 sectorcomités. De onderhandelingen die er worden gevoerd, betreffen één departement of instelling. De basisoverlegcomités focussen op materies die specifiek zijn voor een of meerdere diensten. 

Comité C 

Dit comité is bevoegd voor de plaatselijke en gewestelijke besturen en voor het officieel gesubsidieerd onderwijs. 
De plaatselijke en gewestelijke besturen zijn gegroepeerd per gewest en hebben elk een bijzonder onderhandelingscomité. Het officieel gesubsidieerd onderwijs is gegroepeerd per gemeenschap en voor elke inrichtende macht werd een bijzonder comité opgericht. Op het lokale niveau wordt in de gemeenten en provincies en in de scholen die er onder vallen, onderhandeld over punten die specifiek zijn voor een bepaalde gemeente, in de bijzondere comités en de afzonderlijke bijzondere comités.

Wanneer is een vakbond representatief?

Een vakbond wordt in de verschillende comités als representatief beschouwd als hij:
  • op nationaal niveau werkzaam is; 
  • de belangen verdedigt van alle personeelsgroepen in overheidsdienst;
  • aangesloten is bij een interprofessionele organisatie die vertegenwoordigd is in de Nationale Arbeidsraad 
Binnen het ACV zijn de beroepscentrales die de belangen van het overheidspersoneel verdedigen, gegroepeerd in de Federatie van de Christelijke Syndicaten van de Openbare Diensten (FCSOD). De FCSOD is representatief voor de hele overheidssector. De centrales die er deel van uitmaken zijn dan ook vertegenwoordigd in alle onderhandelings- en overlegcomités.

Wat met de autonome overheidsbedrijven?

De wet van 21 maart 1991 gaf de economische overheidsbedrijven (NMBS, bpost, BELGACOM, BIAC en BELGOCONTROL) een autonoom statuut met specifieke bepalingen voor de collectieve arbeidsverhoudingen. In elk van de overheidsbedrijven werd een paritair comité opgericht. Het paritair comité is bevoegd voor:
  • overleg en algemene informatie van het personeel;
  • onderhandelingen over personeelsstatuut en syndicaal statuut;
  • veiligheid en gezondheid van de werknemers;
  • analyse van de economische en financiële informatie die betrekking heeft op het overheidsbedrijf;
  • overleg over het beheerscontract;
  • vaststelling en wijziging van het arbeidsreglement.
Bovendien werd een overkoepelend Comité Overheidsbedrijven opgericht. Dat is bevoegd voor aangelegenheden die gemeenschappelijk zijn voor alle overheidsbedrijven:
  • het sluiten van cao’s inzake personeelsstatuut en syndicaal statuut, die  bij KB bindend kunnen worden verklaard voor alle overheidsbedrijven;
  • het verlenen van advies over wetgeving die betrekking heeft op het personeelsstatuut en het syndicaal statuut van minstens twee overheidsbedrijven;
  • in hoger beroep beslissingen nemen over personeelsaangelegenheden wanneer een paritair comité daar zelf niet in slaagt.

Meer info voor ACV-afgevaardigden

Ben je ACV-afgevaardigde?

Registreer je dan op deze site en log in op de militantensite: www.acv-militanten.be
Op deze speciale vergrendelde site vind je meer info over het sociaal overleg, aangevuld met andere info en handige tools die je vakbondswerk ondersteunen.