Waarom innovatie?

Als reactie op het banenverlies in industriële sectoren groeide de beleidsmatige aandacht voor de transformatie van ons industrieel weefsel. Industriële spelers worden aangemaand om nieuwe producten te ontwikkelen, voluit in te zetten op innovatieve technologieën en digitalisering, vernieuwende arbeidsprocessen of een vernieuwde organisatie van de arbeid te ontwikkelen. Momenteel is onduidelijk of veel ondernemingen en sectoren zullen slagen in dit opzet. Vast staat wel dat de omslag van klassieke ondernemingen naar fabrieken of organisaties van de toekomst grote uitdagingen met zich meebrengt, niet in het minst voor de werknemers binnen deze ondernemingen. De focus van het Vlaamse beleid ligt bijna uitsluitend op technologische innovaties terwijl de impact van deze evoluties op werknemers onderbelicht blijft. 
Ook met het ACV streven we naar slimme innovaties, waarbij innovatie geen doel op zich is maar een hefboom kan zijn voor kwaliteitsvolle jobs, behoud of groei van tewerkstelling op langere termijn en voor duurzaam ondernemen. Daarom wil het ACV het bedrijfsoverleg over innovatie bevorderen en met werkgevers sluitende akkoorden maken over innovatie, in het belang van zowel werkgever als werknemers (Zeggenschapscongres 2015, krachtlijnen 46, 47 en 49). Deze krachtlijnen bouwen verder op de centrale aanbeveling uit het ACV groenschrift “ De industrie een toekomst geven”. Deze luidde dat het potentieel van representatieve werknemersparticipatie beter benut moet worden om win wins te realiseren zoals een verhoogde arbeidskwaliteit, verankering van industriële activiteiten, verhoogde productkwaliteit, betere bedrijfsresultaten, een kwalitatief retentiebeleid,…