Hoe zit het met je overheidspensioen?

Vast benoemde personeelsleden hebben recht op een overheidspensioen vanaf de leeftijd van 60 jaar indien ze over voldoende loopbaanjaren beschikken. Als dit niet het geval is schuift de pensioenleeftijd op tot maximaal 65 jaar. Wie op 65 jaar met pensioen gaat moet minimaal 5 dienstjaren bewijzen.
Onderwijspersoneelsleden die op de vooravond van hun pensioen niet vast benoemd zijn vallen, net als de contractuelen, onder de pensioenregeling van de werknemers in de privésector. Het is de pensioendienst van de openbare sector (PDOS) die het overheidspensioen betaalt.

Bedrag en aanvraag

Voor het vaststellen van het pensioenbedrag, neemt de overheid het gemiddelde salaris van de laatste 10 jaar en houdt het rekening met de geleverde overheidsdiensten. Dit is 5 jaar voor wie geboren is voor 01-01-1962 of indien het bedrag lager is dan het gewaarborgd minimumbedrag voor een alleenstaande Ieder jaar onderwijsdienst telt mee voor 1/55. Ieder jaar dienst in het CLB, diensten in het ambt van het meester-, vak- en dienstpersoneel van het GO! tellen, net als de legerdienst, mee voor 1/60.  
Een overheidspensioen moet aangevraagd worden, ook al voldoe je aan alle voorwaarden of ben je 65 geworden. 
Het overheidspensioen wordt beschouwd als een uitgesteld loon. Daarom volgt het overheidspensioen de loonevolutie van de actieven via het systeem van de tweejaarlijkse perequatie.

Meer info van je vakbond?