Outplacement

Heeft men nog recht op outplacement in de regeling vanaf 45 jaar (cao nr. 82) als men eerst de wettelijke regeling voor werknemers met minstens 30 weken opzeg weigert?

Neen. Cao nr. 82 is niet meer van toepassing op werknemers die 'genieten van de bepalingen van' de wettelijke regeling. 

Wat met de 4 weken inhouding op de opzegvergoeding als de werkgever eerst een opzegtermijn respecteert, met start van een outplacement, en tijdens de opzegtermijn nog verbreekt met betaling van een vergoeding voor de resterende termijn?

De wet is kaduuk op dit vlak: in een letterlijke lezing ontstaat er een nieuw recht op outplacement, met de mogelijkheid voor de werkgever om 4 weken in mindering te brengen op de verbrekingsvergoeding. Terwijl er eerder al recht was op een outplacementpakket, dat mogelijk al gedeeltelijk werd ‘geconsumeerd’. 
Volgens de RVA en de beleidscel werk mogen er in zo'n geval geen vier weken worden aangerekend, maar slechts een gedeelte ervan, dit in verhouding tot het outplacementpakket dat al werd gevolgd. Met andere woorden: als de werknemer al de helft van het aantal voorgeschreven uren volgde vooraleer de arbeidsovereenkomst werd verbroken, dan kan maar 2 weken worden ingehouden. Dit probleem zal zich vooral stellen vanaf 1 januari 2016. Tot dan kan de werknemer verzaken aan zijn recht op outplacement, om daarmee de 4 weken inhouding te ontlopen. 

Hoe dienen sectoren waar de kost van het outplacement werd gesolidariseerd via de sectorale fondsen voortaan om te gaan met de nieuwe wettelijke regeling, nu die is gebaseerd op de betaling van het outplacement door de werknemer in geval van een verbrekingsvergoeding?

Dat is geen gemakkelijke kwestie. Want hoe een sectorale regeling, gebouwd op het principe dat de werkgevers betalen, verzoenen met een regeling waarbij de werknemer feitelijk het outplacement financiert (via de vier weken verbrekingsvergoeding die hij moet afstaan)? De wetgeving geeft hier evenmin houvast. 
De sectoren zullen hierover op eigen houtje goede afspraken moeten maken. De FOD Werkgelegenheid (individuele arbeidsbetrekkingen) bevestigde tijdens de besprekingen in de Nationale Arbeidsraad dat de sectoren in deze over een grote autonomie beschikken.