Gewaarborgd loon en carenzdag

Voor een arbeider in tijdelijke werkloosheid die ziek valt, is in de RIZIV-reglementering nog steeds een carenzdag voorzien. Waarom?

Dit is inderdaad nog steeds het geval. Het probleem is dat die carenzdag in theorie (volgens de tekst van de RIZIV-reglementering) ook van toepassing is op bedienden, waardoor de werkgeversorganisaties stellen dat er hier geen sprake is van een discriminatie. In de praktijk wordt deze wel enkel toegepast voor arbeiders, zodat het duidelijk om een discriminatie gaat (juridisch-technisch: een indirecte discriminatie). Het overleg hierover vlot niet, zodat overwogen kan worden de betaling ervan af te dwingen via de rechtbank. Dit zou een mooie principezaak opleveren!

Voor een arbeider staat nog altijd in de Arbeidsovereenkomstenwet dat gewaarborgd loon bij ziekte slechts verschuldigd is “wanneer de werkman zonder onderbreking gedurende ten minste één maand in dienst van dezelfde onderneming is gebleven”? Is dat niet discriminerend?

Uiteraard, want voor bedienden is deze voorwaarde door het wegvallen van de proefperiode niet langer voorzien. Dit verschil moet in het kader van de verdere harmonisering worden weggewerkt.
Vooralsnog werd voor ziekte enkel de carenzdag geregeld, samen met de maatregelen tegen het ziekteverzuim. De kwestie van het gewaarborgd loon is zelf nog in overleg in de Nationale Arbeidsraad. En moet in dat kader een oplossing krijgen. 

Wat als je een werkdag begint, maar door ziekte niet kunt uitdoen? Is die eerste dag ziekte dan je eerste dag van het gewaarborgd loon?

VBO en sommige advocatenkantoren beweerden van wel. FOD WASO, RIZIV en de vakbonden stellen uitdrukkelijk van niet. Want die niet-uitgedane dag wordt gedekt door het gewaarborgd dagloon. De eerste dag van het gewaarborgd loon begint de dag nadien. De minister van Werk bevestigde dit op een parlementaire vraag van Nahima Lanjri.