Ontslagcompensatievergoeding (OCV)

Wat voor arbeiders die verbroken worden met minstens 30 weken loon en die outplacement opnemen. In dat geval mag de werkgever 4 weken loon inhouden op de verbrekingsvergoeding. Komen er dan 4 weken gedekt door ontslagcompensatievergoeding in de plaats?

Neen. Als de arbeid(ster) nog werkloos is bij het verstrijken van de periode gedekt door de normale ontslagcompensatievergoeding, komt hij of zij aansluitend in de werkloosheid terecht, met recht op werkloosheidsuitkering. Omwille van het (niet-succesvolle) outplacement gebeurt dit dus vier weken sneller.

Wat als de werknemer kort voor het ontslag overstapt van deeltijds naar voltijds werk?

In beginsel wordt de OCV dan berekend op het voltijdse loon. Je ziet sowieso dat dit tot misbruiken kan leiden. Bijvoorbeeld om oudere werknemers die deeltijds aan het werk zijn alsnog net voor het ontslag te laten overstappen naar een voltijdse job. Daarom stelt de RVA dat ze geval per geval zal nagaan of er geen misbruik wordt gepleegd. 

Vanaf 1 januari 2015 volstaat 15 jaar anciënniteit om recht te hebben op de OCV, vanaf 1 januari 2016 10 jaar. Op welk ogenblik moet de 15 of 10 jaar anciënniteit bereikt worden?

Op 1 januari: je moet op 1 januari 2015 ten minste 15 jaar anciënniteit hebben.
Op 1 januari 2016 ten minste 10 jaar anciënniteit. 
Voorbeelden:
  • Indien je bijvoorbeeld in juni 2015 wordt ontslagen en pas in mei 2015 15 jaar anciënniteit bereikt, heb je geen recht op de OCV. Je had immers geen 15 jaar anciënniteit op 1 januari 2015. Bij een te presteren opzegtermijn is het niet nodig dat je de anciënniteit reeds bereikte op het ogenblik waarop de opzeg werd gegeven. 
  • Indien je bijvoorbeeld in november 2014 wordt opgezegd, in december 2014 15 jaar anciënniteit bereikt en op 1 januari 2015 nog in dienst bent, heb je recht op de ontslagcompensatievergoeding.

Krijg je ook een OCV voor opzeg met het oog op pensioen?

Ja, althans in theorie. Er wordt bij de berekening ervan immers uitgegaan van de verkorte opzeg van 26 weken bij ontslag met het oog op wettelijk pensioen op 65 jaar. Hierdoor ontvang je toch geen OCV indien je opzegtermijn (ten minste) 26 weken bedraagt. Indien je opzegtermijn minder dan 26 weken bedraagt, krijg je het verschil tot 26 weken bijgepast als OCV. De beperking tot 26 weken geldt slechts voor het ontslag met het oog op wettelijk pensioen, met andere woorden vanaf 65 jaar. Voor ontslag met het oog op vervroegd pensioen is geen inkorting mogelijk en gelden dus de gewone regels.  

Wordt er voor de vaststelling van het recht op en/of voor de berekening van de OCV rekening gehouden met ‘conventionele’ anciënniteit?

Bij de aanvang van een arbeidsovereenkomst worden soms afspraken gemaakt over het ‘meenemen’ van eerder opgebouwde anciënniteit: bij een andere werkgever, of bij de werkgever zelf onder een vroeger contract vóórdat de arbeidsrelatie een tijd onderbroken werd. Soms gaat het ook gewoon om fictieve anciënniteit, bijvoorbeeld om een aanvullende studie te valoriseren. 
Geen van dergelijke conventionele anciënniteit wordt in aanmerking genomen voor de vaststelling van het recht op of de berekening van de OCV. Dit is problematisch voor gevallen van overname van activiteiten buiten het kader van de cao nr. 32bis (overgang van onderneming of gedeelte ervan). De RVA stelt zich vandaag op het standpunt dat enkel overname in het kader van cao nr. 32bis in aanmerking komt. 

Wat als de werkgever, gegeven een bepaalde anciënniteit, meer of minder opzeg geeft dan wat wettelijk is voorgeschreven?

  • Indien meer opzeg: dan wordt van de reële opzeg uitgegaan. Dus minder OCV, gezien het kleinere verschil met de theoretische opzeg. 
  • Indien minder opzeg: dan gaat de RVA uit van wat wettelijk verplicht is. Dus geen verhoging van de OCV omdat de werkgever in de fout is gegaan. Er kunnen er wel provisionele werkloosheidsuitkeringen worden toegekend na afloop van de periode gedekt door OCV.