Rechten en plichten van de stagiair

Stagiar
Als we spreken over stages bedoelen we meestal de studie- of leerling-stages. 
We hebben het hier over : 
  • de onbezoldigde stages in het kader van het secundair onderwijs en alternerend leren in het buitengewoon secundair onderwijs
  • de stages in het kader van het hoger en universitair onderwijs.
Bepaalde stagiairs krijgen een onkostenvergoeding voor gemaakte kosten. In de mate dat het hier gaat om terugbetaling van reële kosten blijft men spreken van een onbezoldigde stage. 
 
We hebben het hier niet over stages binnen een middenstandsvorming, deeltijds onderwijs, onderwijs voor sociale promotie, VDAB-opleidingen, volwassenonderwijs, individuele beroepsopleiding.... daarover vind je verder meer. 
 

Een stage in een bedrijf : als bezoeker op de werkvloer

Een eerste kennismaking met de werkvloer

Leerlingen en studenten kunnen als 'bezoeker' in een onderneming, bedrijf of instelling aanwezig zijn. De leerlingen en studenten nemen dan niet deel aan het effectieve arbeidsproces in de onderneming of in de organisatie.
Dikwijls wordt dit een "observatiestage of kijkstage of een bedrijfsbezoek genoemd.

Een stage in een bedrijf : als stagiair op de werkvloer

Ben je leerling ingeschreven in TSO, BSO, hoger beroepsonderwijs, verpleegkunde of kunstonderwijs dan zit er een stage in je lessenpakket.
De leerlingenstages zijn wel verboden in de eerste graad van voltijds secundair onderwijs.
Vanaf de tweede graad kan men een leerlingenstageovereenkomst tekenen mits men de leeftijd van 15 jaar heeft bereikt en niet meer voltijds leerplichtig is (dubbele voorwaarden moeten voldaan zijn).
Vanaf de derde graad zijn leerlingenstages een verplicht onderdeel van de opleiding, zeker in TSO en BSO. De startdatum voor deze verplichting kan wel nog verschillen van opleiding.
Leerlingen die geen geldige verblijfsvergunning bezitten (dus zonder papieren) kunnen toch stage lopen als dit een essentieel onderdeel is van de opleiding.

Wanneer kan je stage doen ? In één geheel of in verschillende blokken ?

Een stage bestaat uit minimum 18 halve dagen per schooljaar, alternerend of in blok en dit voor leerlingen uit de derde graad TSO en derde graad BSO.

Alternerende stage of blokstage of een combinatie

Voor leerlingen uit derde leerjaar van derde graad TSO, zogenaamde SE-n-SE, zit een werkopleiding al mee in de opleiding.
Het schoolbestuur kiest per onderdeel tussen een alternerende stage, een blokstage of een bundeling van beide. 
  • De alternerende stage is een leerlingenstage die georganiseerd wordt met vaste tussentijden en gespreid wordt over een gans schooljaar dan wel over een bepaalde periode ervan (semester, trimester).
  • Voor zover een alternerende stage tijdens de schooluren plaatsvindt, moet zij een halve dag of bij voorkeur een volledige dag omvatten. De keuze voor een halve lesdag en een halve stagedag kan enkel als de leerling of student zich niet té ver moet verplaatsen. 
  • De blokstage is dan weer een leerlingenstage die over een ononderbroken periode van 1 of meer werken loopt, eventueel meermaals per schooljaar.

Als je een stage doet op de werkplek dan wil je natuurlijk ook je rechten en (misschien) ook je plichten kennen

De leerling-stagiair heeft een dubbel statuut : hij is namelijk zowel leerling als (gelijkgestelde) werknemer.  Als we het hebben over Belgische arbeidswet-en regelgeving dan wordt de leerling-stagiair in de meeste gevallen gelijkgesteld met een “gewone werknemer”. De leerling-stagiair wordt beschouwd al “een persoon die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verricht onder het gezag van een andere persoon”.
Arbeid is hier wel enkel een middel in een leerproces zodat geen arbeidsrelatie ontstaat en er geen loon wordt uitgekeerd. 

Tenzij in 2 bijzondere gevallen waarin stage wel kan verricht worden tijdens bezoldigde arbeidstijd, met name :    
  1. Voor een cursist van de opleiding verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs mag bezoldigde tewerkstelling in de zorgsector als stage in aanmerking worden genomen, met dien verstande dat de school er op toeziet dat de opleiding blijft voldoen aan de voorwaarden inzake klinisch onderwijs zoals vastgelegd in de Europese richtlijn. Concreet betekent dit dat de cursist in contact moet komen met een waaier aan verpleegkundige disciplines, wat uiteraard zal afhangen van de aard van de zorgsetting (binnen of buiten het ziekenhuiswezen) waarin hij/zij werkt. De school draagt de verantwoordelijkheid dat de stage aan voormelde richtlijn beantwoordt. De arbeidsovereenkomst in kwestie moet wel reeds eerder zijn afgesloten en in werking getreden dan het tijdstip waarop de opleiding aanvangt, m.a.w. het moet gaan om lopende tewerkstelling.Voor stage die tijdens de bezoldigde arbeidstijd plaatsvindt, blijft de arbeidsovereenkomst bestaan, maar wordt aangevuld met een stageovereenkomst;
  2. Voor een leerling van een opleiding Se-n-Se TSO of KSO mag bezoldigde tewerkstelling als stage in aanmerking worden genomen, met dien verstande dat de school er op toeziet dat tewerkstelling en opleiding inhoudelijk op elkaar aansluiten zodat een vorm van alternerend leren en werkplekleren ontstaat. De doelgroep waar de opleidingen Se-n-Se zich naar richten omvat immers ook werkenden. De arbeidsovereenkomst in kwestie moet wel reeds eerder zijn afgesloten en in werking getreden dan het tijdstip waarop de opleiding aanvangt, m.a.w. het moet gaan om lopende tewerkstelling.  Voor stage die tijdens de bezoldigde arbeidstijd plaatsvindt, blijft de arbeidsovereenkomst bestaan, maar wordt aangevuld met een leerstageovereenkomst. 
  • Deze regeling moet de decretale verplichting faciliteren dat elke opleiding Se-n-Se een relevant aandeel werkplekleren bevat, zijnde leeractiviteiten die gericht zijn op het verwerven van algemene en/of beroepsgerichte competenties, waarbij de arbeidssituatie de leeromgeving is.
De verantwoordelijkheid, bekeken vanuit de arbeidswet- en regelgeving, ten aanzien van de leerling-stagiair op de werkvloer berust bij de stagegever.

Als leerling krijg je een stageovereenkomst op je stageplek, wat moet je hier allemaal over weten

Wie tekent een leerlingstageovereenkomst? 

De leerlingenstageovereenkomst wordt gesloten tussen drie partijen : 
  • de leerling-stagiair
  • de school 
  • de organisatie die de leerlingenstage geeft. 
Wanneer teken je een stageovereenkomst ? Mag het digitaal ?
De leerlingenstageovereenkomst bevat de regeling van het stageverloop in een bepaalde periode op een bepaalde stageplaats; ze kan slechts op één schooljaar en op één leerling betrekking hebben. 
De overeenkomst wordt door elke partij of gevolmachtigde vertegenwoordiger ondertekend (in geval van een minderjarige leerling-stagiair : door zijn wettige vertegenwoordigers) en wordt in drie exemplaren, één voor elke partij, opgesteld vóór de aanvang van de stage.
Deze leerlingenstageovereenkomst is noch een arbeidsovereenkomst, noch op een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten (onze jobstudentencontracten) gebaseerd. Deze jobstudentenovereenkomsten vallen hier buiten daar ze worden getekend zonder enige betrokkenheid van opleiding- of onderwijsinstelling. (Basis artikelen 120 t.e.m. 130 ter van Arbeidsovereenkomstenwet). 
De leerlingenstageovereenkomst (met uitzondering van de bijlagen) mag uitsluitend in papieren versie worden opgesteld. De bijlagen daarentegen worden naar keuze van de betrokken partij opgesteld hetzij onder een papieren versie, hetzij onder een alternatieve vorm voor zover die partij expliciet met de alternatieve werkwijze akkoord gaat én voor zover de betrokken bijlagen te allen tijde raadpleegbaar blijven. Voor wie een papieren versie verkiest, moet deze versie echter beschikbaar zijn !
Wat is de inhoud ?

Een uniform model van leerlingenstageovereenkomst wordt niet voorgeschreven.
Om rechtsgeldig te zijn moet deze overeenkomst alleszins bevatten :
  • het ondernemingsnummer van de betrokken onderneming in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het begrip "onderneming" slaat ook op de zachte sector. Dit nummer is sinds 1 januari 2005 verplicht. Het bestaat uit 10 cijfers waarvan het eerste cijfer 0 of 1 is. Bij vermelding in de leerlingenstageovereenkomst van de gegevens inzake de stagegever, dient daarom het ondernemingsnummer, afgekort, toegevoegd : nr. KBO. xxxx.xxx.xxx; na het ondernemingsnummer wordt vermeld : "eenmanszaak" of "vennootschap"; bij stage in het buitenland wordt geen ondernemingsnummer vermeld;
  • het nummer van het paritair comité van de betrokken onderneming (rekening houdend met de aard van de stageactiviteiten) en indien mogelijk het RSZ-werkgeverskengetal (code werkgeverscategorie) of, bij ontstentenis van dit nummer of kengetal, de NACE-code. Deze nummers of codes moeten door de onderneming aan de school worden meegedeeld. De geldige codes staan in bijlage 2 van deze omzendbrief; bij stage in het buitenland (EU) wordt de NACE-code vermeld, bij stage in het buitenland (niet-EU) wordt geen nummer, kengetal of code vermeld;
  • de stageperiode(s), niet uitgedrukt in een totaal aantal dagen/uren doch met specificering van dag(en)/maand(en) + dagelijks begin- en eind uur; desgevallend wordt vermeld welke periodes plaatsvinden binnen de bezoldigde arbeidstijd;
  • de stagebegeleider en de stagementor;
  • in voorkomend geval) een raming van de kosten ten laste van de leerling-stagiair;
  • de vermelding dat de stagegever het gezondheidstoezicht toevertrouwt aan de preventiedienst van de school of er zelf voor instaat en bekostigt, naargelang van het geval;
  • de vermelding dat de stagegever een werkpostfiche ter beschikking stelt van de leerling-stagiair en de school;
  • een bijlage bevattende de geplande lijst van stageactiviteiten, die gezamenlijk wordt opgesteld door de stagebegeleider en de stagementor en die moet rekening houden zowel met de genoten schoolse opleiding en vorming als met de fysische en psychische maturiteit van de leerling;
  • een bijlage bevattende het stagereglement;
  • een bijlage bevattende de risicoanalyse.

Als leerling krijg je naast een stageovereenkomst ook een stagereglement en stageschrift op je stageplek

stageovereenkomst
Een leerlingstageovereenkomst wordt individueel opgemaakt. Een stagereglement is voor alle leerlingen. Het stagereglement is de gedragscode die van toepassing is op alle betrokken partijen en hun onderlinge verhoudingen regelt. Het voor alle scholen en structuuronderdelen bindend model van stagereglement gaat in bijlage 3 gekoppeld aan de omzendbrief SO/2002/09.
Stageschrift
Het stageschrift is het document waarin de leerling-stagiair schriftelijk verslag uitbrengt over zijn stageactiviteiten, persoonlijke ervaringen, commentaren, zelfevaluatie ... Het wordt op regelmatige tijdstippen geviseerd door de stagementor en door de stagebegeleider

Als leerling kan je een stagevergoeding krijgen op je stageplek.


Een stage voor een leerling passend binnen een opleiding is onbezoldigd, dus geen uitbetaling in speciën of in natura. 
Mochten de gewone werknemers “vrijgevigheden” krijgen, dan hebben de leerling-stagiairs hier ook recht op, bv. Eindejaargeschenk.
Onkosten die voortvloeien uit de stage, bv. Verplaatsingskosten, mogen wel vergoed worden.  
Indien deze kosten door de leerling-stagiair zelf moeten betaald worden dan moet dit uitdrukkelijk vermeld zijn in de leerlingenstageovereenkomst. De school heeft de taak hierover te waken en ondermeer te kijken naar de stageplaats dat de kosten beheersbaar zijn. 
Dat verplaatsingskosten moeten terugbetaald worden voor de leerling-stagiair is een standpunt ingenomen door ACV en ACV-Enter.

Als leerling mag je slechts een bepaalde periode op je stageplek aanwezig zijn.


Wat stagetijden betreft gelden volgende grenzen:
  • ten eerste wordt de periode waarin de stage kan worden georganiseerd enerzijds beperkt tot de periode tussen 6 uur en 20 uur (i.p.v. 22 uur) en anderzijds uitgebreid  tot de zaterdag.  De school beslist binnen de voorziene grenzen autonoom welke uren stage moeten worden verricht, zonder dat zij nog goedkeuring moet vragen voor afwijkingen op de gewone lesuren.  Bovendien worden voor opleidingen van het voltijds secundair onderwijs (zoals hotelscholen, personenzorg, bakkerijen, slagerijen, land- en tuinbouw,…) en van de opleidingsvormen 3 en 4 van het buitengewoon onderwijs afwijkingen voorzien op het verbod leerlingenstages te organiseren tussen 20 uur en 6 uur en op het verbod op zondagstages.  
  • ten tweede wordt het expliciet verboden nog stages te organiseren als het schooljaar een einde heeft genomen (d.w.z na 31 augustus);
  • ten derde worden stages tijdens de vakantieperiodes mogelijk gemaakt, met als enige beperking dat de jongere moet genieten van 4 weken opeenvolgende vakantie in juli en augustus;
  • ten vierde wordt het aantal stage-uren, beperkt tot maximum 8 uur per dag en maximaal 38 uur per week (ook in ondernemingen waar nog 39 uur wordt gewerkt). Het aantal gewone lesuren, omgerekend in klokuren (één lesuur is slechts 50 minuten, zodat 6 lesuren neerkomen op 5 klokuren), mag samen met de stage-uren per schooljaar de grens van 1200 niet overschrijden.  Per week ligt de limiet op 38 uur en per dag op 8 uur.  De concrete organisatie van de stages moet altijd wel voor onderhandeling worden voorgelegd aan de personeelsafgevaardigden in de betrokken organen en voor advies (van de ouders vooral) in de schoolraad (gemeenschapsonderwijs) of de participatieraad (gesubsidieerd onderwijs).  Daar wordt aan toegevoegd dat – wat de stages betreft – de onderhandelingen, resp. adviezen enkel betrekking kunnen hebben op “de grote krachtlijnen” en niet op de individuele stageovereenkomsten. Als de regelgeving echter zo wordt toegepast dat “ernstig nadeel wordt berokkend aan de onderwijsdoelstellingen in het algemeen en/of aan het individueel leerlingenbelang in het bijzonder”, dan kan de inspectie optreden en aanpassingen vragen.  Als de inrichtende macht weigert, dan kan gesanctioneerd worden door inhouding op de werkingsmiddelen.