Betaal je als jobstudent belastingen?

Jobstudent belastingen
Werken als jobstudent kan gevolgen hebben voor de belastingen. Als je als jobstudent veel verdient dan ben je mogelijk thuis niet langer meer fiscaal ten laste. Je ouders moeten dan meer belasting betalen. Zelf moet je al heel wat verdienen om ook belastingen te betalen.

Heb je vragen? Contacteer dan onze Infolijn Studentenarbeid (ISA) op 
02/244 35 00, isa@acv-csc.be of www.chatmetisa.be.
Wat zijn je rechten en plichten als jobstudent? Hier vind je een overzicht van de regels in een handig formaat.

Je ouders

Hoogte maximumbedrag

Tot een maximumbedrag aan eigen inkomsten ben je thuis fiscaal ten laste. Boven deze maxima, ben je niet langer fiscaal ten laste en betalen je ouders meer belastingen. Afhankelijk van het gezinsinkomen en het aantal andere kinderen in het gezin kan dit honderden euro’s schelen.
Als al jouw inkomsten uit studentenarbeid komen is het makkelijk.   Dan mag je voor het inkomstenjaar 2019 (aanslagjaar 2020) maximum 6.942,50 euro verdienen als je ten laste ben van een gehuwd/wettelijk samenwonend koppel. Ben je ten laste van een alleenstaande gaat het om 8.792,50 euro.
Dit zijn de bedragen die op je loonbrief als belastbaar staan vernoemd, ergens tussen bruto en netto in.
Voor complexere gevallen of vorige jaren mag je altijd met ISA contact opnemen, of kijk hieronder naar de grensbedragen aan netto-bestaansmiddelen en de bijbehorende berekening.
Wanneer deze maxima worden overschreden ben je niet langer fiscaal ten laste. Je ouders betalen dan meer belastingen.

Bedragen inkomstenjaar 2019- aanslagjaar 2020 :
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.330 euro
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.810 euro
  • voor een kind van een aleenstaande die bovendien gehandicapt is 6.110 euro
Bedragen inkomstenjaar 2018- aanslagjaar 2019 :
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.270 euro
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.720 euro
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt is 5.990 euro
Bedragen inkomstenjaar 2017 - aanslagjaar 2018 :
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.200 euro
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.620 euro
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt is 5.860 euro
Bedragen inkomstenjaar 2016 - aanslagjaar 2017 :
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.140 euro
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.530 euro
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt is 5.750 euro
Bedragen inkomstenjaar 2015 - aanslagjaar 2016 :
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.120 euro
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.500 euro
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt is 5.720 euro
Bedragen inkomstenjaar 2014 - aanslagjaar 2015:
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.110 euro;
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.490 euro;
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt 5.700 euro
Bedragen inkomstenjaar 2013 - aanslagjaar 2014:
  • voor een kind van een gehuwd koppel 3.070 euro;
  • voor een kind van een alleenstaande is 4.440 euro;
  • voor een kind van een alleenstaande, die bovendien gehandicapt 5.630 euro.


Berekening van netto-bestaansmiddelen

Je netto belastbaar inkomen of nettobestaansmiddelen bereken je als volgt:
Brutoloon
- RSZ (socialezekerheidsbijdrage, 2,71% of 13,07% van je brutoloon)
= Brutobestaansmiddelen
- 2.780 euro (forfaitaire vrijgestelde eerste schijf van je inkomsten als student werkend met een studentenovereenkomst) (bedrag voor 2016) -> in 2017 is dit 2.660 euro; in 2018 is dit 2.720 euro
- 20% van je brutobestaansmiddelen (dit is aftrek voor kosten, met een minimum van 460 euro in 2019 (420 euro voor 2013, voor 2014-2015-2016 betekent dit 430 euro, in 2017 440 euro en in 2018 450 euro)
= Nettobestaansmiddelen
+ eventueel 80% van het bedrag aan alimentatiegeld boven de 3.330 euro in 2019  (3.070 euro voor 2013, 3.110 euro voor 2014, 3.120 euro voor 2015, 3.140 voor 2016 en 3.200 voor 2017, 3.270 euro in 2018)
= Maximumbedrag aan eigen inkomsten dat bepaalt of je al dan niet fiscaal ten laste van je ouders blijft

Jobstudent

Zelf moet een jobstudent pas belastingen betalen wanneer zijn netto bestaansmiddelen op jaarbasis hoger zijn dan een bepaald bedrag. Als je je nettobestaansmiddelen op jaarbasis berekent, om te weten of je wel of niet zelf belastingen moet betalen, mag je rekening houden met een forfaitaire onkostenvergoeding van 28,7%. Ook hier moet je je nettobestaansmiddelen op jaarbasis verhogen met 80% van je alimentatie. 
  • Als je, in 2014, dan aan een bedrag hoger dan 7.350 euro netto (9,353,08 bruto) komt, betaal je zelf belastingen.
  • Voor 2015 ligt de grens van dit bedrag op hoger dan 7.380 euro, dan betaal je belastingen (bruto 9.461,06 euro).
  • Heb je als jobstudent meer verdiend in 2016 dan 7.420 euro dan zal je zelf belastingen moeten gaan betalen (bruto 10.122,22 bruto belastbaar).
  • En in 2017 ligt de grens op 7.570 euro (bruto komt dit overeen met 10.345,84 euro)
  • Heb je in 2018 meer dan 7.730 euro of 11.042,86 euro bruto ontvangen, dan betaal je zelf belastingen. 

  • Als je tijdens het volledige jaar 2019 een belastbaar inkomen boven de 12.657,14 euro hebt verdiend, moet je als jobstudent wel zelf belastingen betalen.
Vergeet zeker niet dat je 80 % van het onderhoudsgeld van je vader of moeder dat op jouw rekening komt, ook wordt aanzien als een belastbaar inkomen.