Armoede helpt mensen niet sneller aan het werk

De regering wil de werkloosheidsuitkeringen sneller doen dalen. Zo zouden werkzoekenden sneller en harder gestimuleerd worden in hun zoektocht naar werk én ook sneller een job vinden. Maar is dat wel zo? 
Hoe is het eigenlijk om werkloos te zijn? Debby Blommaers en Joris De Letter zijn ervaringsdeskundigen. Allebei hebben ze tijd nodig gehad om hun plek op de arbeidsmarkt te heroveren. Hun verhaal toont aan dat het allemaal niet zo zwart-wit is als de regering denkt.
Op basis van de getuigenissen van Joris en Debby werkten we affiches uit samen met Netwerk tegen Armoede en Welzijnszorg

Briefschrijfactie

Bovendien schreven al meer dan honderd leden een brief met daarin hun argument waarom het sneller doen dalen van de werkloosheidsuitkering geen goed idee is. Wil je zelf ook aan de slag? Schrijf dan deze modelbrief over, kies een argument dat voor jou van toepassing is en bezorg ons deze brief! Wij zorgen ervoor dat die bij de minister en de partijvoorzitters terechtkomt.

Debby Blommaers: "Een lagere uitkering duwt mensen in de miserie"

‘Het verontrust mij dat de regering de werkloosheidsuitkeringen nog sneller wil afbouwen’, zegt Debby Blommaers (38) uit Westmeerbeek. Als alleenstaande moeder moest Debby ruim twee jaar rondkomen met een uitkering van 1 200 euro. ‘Met minder was ik in de armoede beland.’ 
Debby Blommaers straalt. Sinds september heeft zij weer een job, na vier jaar lang thuis te zijn geweest door een auto-immuunziekte. ‘Ik ben poetshulp in een woonzorgcentrum met een vervangingscontract. Het heeft me twee jaar gekost om een werkgever te vinden die rekening wil houden met mijn ziekte. Ook al ben ik ’s avonds uitgeteld, ik voel mij mentaal veel beter nu ik weer werk heb. En ik kan weer een financiële buffer opbouwen.’ 
Het leven heeft de voorbije jaren veel geëist van Debby. Vooral 2016 markeert ze als een zwart jaar. ‘Ik was toen thuis met ziekteverlof en werd opgeroepen voor controle door het ziekenfonds. Dat paste in de beslissing van de regering om alle langdurig zieken weer aan het werk te zetten. De arts oordeelde dat ik mijn job als kapster niet meer kon doen, maar wel geschikt was voor laag energetisch werk. Dus werd ik ontslagen door mijn werkgever. Net in die periode gingen mijn ex-man en ik uit elkaar. Mijn inkomen ging achteruit met 400 euro en ik moest op zoek naar een nieuwe woning. Ik heb veel geluk gehad dat ik snel een sociale woning heb gekregen.’ 
Ondanks alle tegenslagen bleef Debby niet bij de pakken neerzitten. ‘Ik schreef mij onmiddellijk in bij VDAB en heb een aantal cursussen gevolgd. Maar de zoektocht naar werk verliep erg moeizaam. Als ik ergens op gesprek mocht gaan en eerlijk vertelde over mijn ziekte, dan was de reactie: met u kunnen we niets aanvangen. Toch ben ik heel intensief blijven solliciteren, ondanks dat ik altijd maar een nee kreeg.’ 
Debby is opgelucht door haar nieuwe job, maar heeft wel veel schrik om ooit weer werkloos te worden. ‘Dat zou mentaal heel zwaar zijn. Ik ben ook bang dat mijn uitkering nog lager zou zijn dan vroeger, omdat de regering de uitkeringen sneller wil afbouwen. Maar ze zou beter mensen begeleiden naar werk, in plaats van hen in de armoede te drijven. Met twee kinderen rondkomen met 1 200 euro, dat is niet gemakkelijk. En een lagere uitkering helpt dan niet om sneller werk te vinden. Het duwt mensen regelrecht in de miserie.’
(Leen Grevendonck, Visie 7 december 2018)

Joris De Letter: "Ik deed van in het begin al het mogelijke"

Joris De Letter (42) uit Turnhout is automonteur. Rugproblemen dwongen hem om ander, aangepast werk te zoeken. Makkelijk was dat niet, zelfs niet na het behalen van een extra diploma. 
‘Ik werkte in een bedrijf waar bestelwagens worden omgebouwd tot ziekenwagens, toen ik in 2011 last begon te krijgen van rugpijn. De spierspanning in mijn rug was te groot, zei de dokter. Een concrete oorzaak werd nooit gevonden. Allicht had het werk dat ik deed er mee te maken. Toch werd ik niet invalide verklaard, en werden mijn rugklachten niet als beroepsziekte beschouwd. Mijn dokter raadde me aan om ander werk te zoeken. Ik heb mijn ontslag gegeven. Ik ging ervan uit dat ik wel snel iets anders zou vinden.’ 
‘Omdat ik alleenstaande ben, was mijn werkloosheidsuitkering voldoende om mee rond te komen. Ik werd begeleid door de VDAB, maar werk vinden lukte niet. Met mijn A2-diploma kwam ik alleen in aanmerking voor fysiek belastende jobs. Ik was tijdens mijn sollicitaties altijd eerlijk over mijn rugproblemen. Werkgevers kozen liever mensen die wel lichamelijk helemaal in orde waren.’ 
Na een jaar ging Joris opnieuw studeren, in de hoop om aangepast werk te kunnen vinden. ‘Ik heb een bachelor autotechnologie gevolgd, een opleiding van drie jaar. Met dat diploma zou ik werk kunnen vinden dat minder belastend was voor mijn rug. Ik zat er tussen jongens die half zo oud waren als ik. Dat was best vreemd. Mijn uitkering werd ook bevroren, die zakte dus niet. Omdat ik een studiebeurs kreeg, had ik in die periode voldoende financiële ademruimte. Dat werd anders nadat ik afstudeerde. Ik heb ongeveer een jaar lang heel vaak gesolliciteerd, maar omwille van mijn rug, en ook mijn leeftijd, was dat steeds tevergeefs.’ 
‘Mijn werkloosheidsuitkering daalde gevoelig. Op den duur stond het water me aan de lippen. Maar ik kan niet zeggen dat ik daardoor nog harder naar werk heb gezocht. Ik deed van in het begin al het mogelijke. Het was gewoon niet eenvoudig. Zowel bij de VDAB als in interimkantoren konden ze me niet helpen. Gelukkig vond ik uiteindelijk werk in een Turnhouts bedrijf dat auto-onderdelen verkoopt en monteert. Ik werk daar nu bijna twee jaar. Daar ben ik blij om, want als je werkt, heb je toch het gevoel dat je iets kunt betekenen voor de samenleving.’
(Wim Troch, Visie 7 december 2018)

Bekijk hier al het campagnemateriaal

Affiches:
   
Flyers: