ACV
20.09.2014
Goedenavond
Wat verandert er voor wie? Bekijk het op hetnieuwestatuut.be
Home | Sitemap |FR|DE
Terug | Lid worden | Contact
Help | Registreren
 
 
ACV Konfederatie  >  Het ACV  >  Financiering
Printen | Delen
 
 

Financiering van het ACV

Financiering ACV

Een werknemer in België kan zich - het is geen verplichting - aansluiten bij een vakbond. In België zijn er verschillende vakbonden. Hij kan dus kiezen bij welke vakbond hij zich aansluit. Eénmaal je gekozen hebt voor een vakbond, kan je later nog altijd beslissen om je lidmaatschap op te zeggen of je kan van vakbond veranderen.

Einde 2010 telde het ACV ruim 1,7 miljoen leden - waarvan 1.120.000 in Vlaanderen. Het ACV is daarmee de grootste vakbond in België. Het ABVV geeft op zijn website aan 1.503.748 leden te hebben (bron: www.abvv.be). De liberale vakbond ACLVB heeft er 274.308 (bron: www.aclvb.be).


De leden van het ACV betalen een lidmaatschapsbijdrage. De bijdragen variëren naargelang de kenmerken van het lid:

  • arbeidssituatie: voltijds werkend, deeltijds werkend, in loopbaanonderbreking, werkzoekend, (brug gepensioneerd, ziek,…;
  • statuut, beroep en/of beroepscentrale: arbeider, bediende, overheidspersoneel, afwijkende tarieven voor sommige specifieke beroepsgroepen,…;
  • leeftijd: verminderd tarief voor –21-jarigen die werken, verminderd tarief of gratis lidmaatschap voor studenten en andere jongeren zonder inkomen (Enter);
  • enz.

De tarieven kunnen bovendien - weliswaar miniem - verschillen van gewestelijk verbond tot gewestelijk verbond. Het verbond kan een extra lidmaatschapsbijdrage vragen ter ondersteuning van het Bouwfonds (voor de financiering van gebouwen) of het Getrouwheidsfonds (voor de financiering van statutaire vergoedingen).

Het opzet is om op termijn voor gans België en voor alle beroepscentrales te komen tot een zo groot mogelijke harmonisatie van de bijdragen.

Hoe wordt lidgeld geïnd?

De meeste leden betalen hun bijdrage giraal of via afhouding op hun wedde (aan de bron). Het gehele proces is geïnformatiseerd en wordt nationaal gecoördineerd.

In principe schrijf je je als ACV-lid in via een dienstencentrum in je gewestelijk verbond (dus in je woonplaats). Uitzondering hierop zijn het onderwijzend personeel en een aantal leden uit de openbare diensten die hun bijdrage rechtstreeks overmaken aan hun beroepscentrale. De bijdragediensten verdelen de bijdragen onmiddellijk en automatisch via afgesproken verdeelsleutels over het gewestelijk verbond, de beroepscentrale, de confederatie,
de centrale weerstandskas en enkele andere budgetposten (die verder worden gespecificeerd).

Waarvoor wordt lidgeld gebruikt?

Wie lidgeld betaalt heeft recht op syndicale bijstand van het ACV. Deze bijstand verloopt via de dienstencentra, via de syndicale werking in de onderneming en via de secretariaten van de beroepscentrale. Leden kunnen ook rekenen op ondersteuning door hun specifieke groep.

De ledenbijdrage geeft ook recht op juridische bijstand (wat steeds meer nodig is), op een stakingsuitkering wanneer het lid deelneemt aan een erkende stakingsactie én op een heel pak informatie. Zo krijgt elk lid een ledenblad (Visie voor de leden van de arbeiderscentrales, Ons Recht voor de leden die bij LBC-NVK zijn aangesloten, Basis voor COV-leden, Brandpunt voor COC-leden, De Nieuwe Tijd voor leden van ACV-Openbare Diensten, Info Transcom voor leden van ACV-Transcom, Sporta Flash voor leden van Sporta en Enter voor de nog studerende leden) en informatie via allerlei brochures over sociale wetgeving en via de website www.acv-online.be

Het lidgeld wordt verdeeld volgens afgesproken verdeelsleutels:

  • een deel van de bijdrage is bestemd voor de financiering van de werkings- en personeelskosten van het gewestelijk verbond waar het lid woont;

  • een deel van de bijdrage is bestemd voor de financiering van de werkings- en personeelskosten van de beroepscentrale waarbij het lid is aangesloten;

  • een deel van de bijdrage is bestemd voor de financiering van de werkings- en personeelskosten van de confederatie (het nationaal secretariaat);

  • een deel van de bijdrage is bestemd voor welbepaalde overkoepelende budgetposten (de Centrale Weerstandskas, het Bouwfonds, het Vormingsfonds, het Informaticafonds, de weekbladen Visie en l’Info, domiciliëringskosten, het Getrouwheidsfonds, de bijdrage aan ACW-MOC, de bijdrage aan Wereldsolidariteit- Solidarité Mondiale,…);

De verdeelsleutel van de bijdrage verschilt naargelang het statuut van de leden en de beroepscentrale waartoe zij behoren. Vooral omwille van een verschillende interne taakverdeling kan de verdeling van de bijdragen verschillen van organisatie tot organisatie.

Centrale Weerstandskas

Een deel van de bijdrage van elk actief lid – uit welke beroepscentrale ook - gaat dus naar de stakingskas of Centrale
Weerstandskas (CWK). Het is een belangrijke vorm van solidariteit tussen alle leden en alle beroepscentrales.
De CWK betaalt de uitkeringen in geval van staking en lock-out en komt tegemoet in de uitgaven voor acties die als alternatief voor stakingen worden opgezet. De CWK wordt beheerd door het Bestuur van het ACV. Het feit dat de ACV-weerstandskas een centraal fonds is komt de doeltreffendheid ten goede en maakt een betere controle mogelijk.

Wanneer in een onderneming wordt besloten om te staken (daartoe zijn tweederden van de stemmen op een algemene vergadering van de werknemers vereist), doen de vakbondsverantwoordelijken een stakingsaanzegging en dienen een uitkeringsaanvraag in bij hun beroepscentrale. De beroepscentrale beslist autonoom of ze de staking erkent. Wanneer ze de staking erkent, doet ze een aanvraag tot stakingsvergoeding bij de Confederatie van het ACV.
De nodige fondsen worden gedeblokkeerd en de CWK betaalt aan de stakers giraal een stakingsvergoeding uit.

Over de weerstandskassen van de vakbonden doen allerlei verhalen en verkeerde informatie de ronde. Ze worden wel eens als geheime fondsen bestempeld. Dat klopt niet. Net als over alle rekeningen van het ACV, wordt ook over de CWK jaarlijks grondig gedebatteerd binnen het Nationaal Bestuur. De weerstandskas maakt ook het voorwerp uit van de interne audit en van democratisch toezicht.Het spreekt echter voor zich dat deze geldmiddelen niet openbaar worden gemaakt. Was dat wel zo, dan kregen werkgevers en overheid volledig zicht op de financiële draagkracht van de organisatie en zouden ze kunnen inschatten hoe lang het ACV het kan uithouden bij een algemene staking.

Andere financiële inkomsten

Naast de ledenbijdragen – de belangrijkste inkomstenbron voor de syndicale activiteiten van het ACV - zijn er nog een aantal andere inkomstenbronnen:

  • het ACV krijgt voor een aantal van haar vakbondsactiviteiten subsidies van de overheid (bijvoorbeeld voor permanente vorming, voor internationale samenwerking,…). Die subsidies blijven evenwel zeer beperkt. Bewust, want het ACV wil zich zo onafhankelijk mogelijk kunnen opstellen tegenover de overheid.

  • het ACV verwerft uiteraard ook inkomsten via de beleggingen die het doet.

  • en het ACV krijgt geld in kas via de presentiegelden (zitpenningen) die ACV-vrijgestelden krijgen omdat ze zetelen in allerlei raden van bestuur en paritaire overlegorganen. In het ACV geldt de regel dat haar vertegenwoordigers verplicht zijn om die zitpenningen door te storten aan het ACV.

Voor de administratieve activiteiten die het ACV vervult als uitbetalingsinstelling (UI) van de werkloosheidsvergoedingen ontvangt het ACV van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) een administratieve
vergoeding. Het ACV had van oudsher werkloosheidskassen, gefinancierd door een eigen bijdrage van de leden. Toen die werkloosheidsverzekering veralgemeend werd en een onderdeel werd van de sociale zekerheid,
bleef het ACV verder erkend als uitbetalingsinstelling.

Voor die administratieve opdrachten ontvangt het ACV een beheersvergoeding, in verhouding tot het aantal dossiers. Ook ABVV, ACLVB en de Hulpkas voor werkloosheidsuitkeringen (HVW) krijgen zulke vergoeding in verhouding
tot hun ‘marktaandeel’.

Voor haar activiteiten als UI moet het ACV een aparte boekhouding voeren. Deze gelden zijn strikt gescheiden van de middelen van de syndicale werking (ledenbijdragen,…). Deze boekhouding wordt allereerst
gecontroleerd binnen het ACV, maar ook door controleurs van de RVA en staat onder toezicht van het Rekenhof. Tenslotte maakt de RVA een vergelijkende analyse van de jaarresultaten van alle UI’s en bezorgt daarover een uitgebreid rapport aan de regering.

Administratief Rapport 2010

Home  |  Actualiteit  |  Het ACV  |  Sociaal overleg  |  Sociale wetgeving  |  E-Services  |  Contact
Disclaimer