ACV Online
29.07.2010
Goedenavond
 
  ACV Konfederatie  >  Het ACV  >  Structuur  
 

Structuur van het ACV

Om met en voor de leden een efficiënte vakbondswerking uit te bouwen, zijn goede structuren nodig. De huidige organisatievorm van het ACV is het resultaat van meer dan 100 jaar geschiedenis. Ze wordt voortdurend aangepast aan de veranderende noden, de veranderende samenleving, de veranderende bedrijfsstructuur.

Het ACV bestaat uit twee pijlers: beroepscentrales en gewestelijke vakverbonden. Want werknemers werken ergens, maar daarnaast wonen zij ook ergens. Daarom hebben de leden een dubbele aansluiting: een professionele en een interprofessionele. Ze worden lid van een beroepscentrale en van een gewestelijk verbond. En zo zijn er ook twee soorten militanten: de militanten die professioneel actief zijn (in hun onderneming, instelling of dienst) en de interprofessionele militanten (in een plaatselijke afdeling of betrokken bij een thema- of doelgroepenwerking).

Copy of Beeld congres

De werking van de beroepscentrales en de gewestelijke verbonden wordt ondersteund door de confederatie (het nationaal secretariaat). De confederatie is de overkoepelende structuur die de actie van de gehele vakbeweging coördineert (algemene ondersteuning en administratie, interprofessioneel beleid op federaal vlak).

En dan zijn er ook nog de regionale en de gemeenschapscomités die een belangrijke beleidsfunctie hebben wat de eigen regionale - en gemeenschapsbevoegdheden betreft. 

Het ACV heeft een structuur met een sterkere federale interprofessionele inslag dan de andere vakbonden in België. Het meest markante voorbeeld hiervan is het bestaan van één centrale weerstandskas (de ‘stakerskas’) en dit in tegenstelling tot de andere vakbonden. Het ACV is in vergelijking met de andere vakbonden ook veel nadrukkelijker lokaal aanwezig.

De beleidsinstanties van het ACV werken met een ‘getrapte democratie’: elk beslissingsniveau kiest zijn vertegenwoordigers voor een hoger niveau. De nationale en regionale beleidsinstanties en de beleidsinstanties van centrales en verbonden moeten representatief zijn samengesteld: voor tenminste de helft bestaan uit militanten, met een betekenisvolle vertegenwoordiging van vrouwen - in verhouding tot hun ledental - en een vertegenwoordiging van jongeren, werkzoekenden en migranten.

 
Home  |  Actualiteit  |  Het ACV  |  Publicaties en documentatie  |  Sociaal overleg  |  Sociale wetgeving  |  Contact
Disclaimer