|
Elke werknemer krijgt een ‘krediet’ om zijn loopbaan volledig te onderbreken of over te stappen naar een halftijdse betrekking. Dit krediet bedraagt minimum 12 maanden over je ganse loopbaan. Volledig tijdkrediet betekent dat je je arbeidsprestaties volledig schort. Halftijds tijdkrediet wil zeggen dat je je arbeidsprestaties vermindert naar de helft van de normale voltijdse prestaties in je bedrijf. Het tijdkrediet moet opgenomen worden voor een minimumperiode van drie maanden en voor een maximumperiode van 12 maanden. In principe heb je over je hele loopbaan maar recht op 1 jaar tijdkrediet. Maar de sectoren of bedrijven kunnen door een cao deze duur verlengen tot maximum 60 maanden (5 jaar). Vanaf 1 juni 2007 werden er wel beperkingen op het recht op volledig tijdkrediet ingevoerd, zie hiervoor 2.3. Het is dus belangrijk om na te gaan in welke sector je werkt en welke regeling tijdkrediet er in je sector werd afgesproken. Als je van sector verandert, neem je het sectoraal recht niet mee. Het zijn steeds de afspraken per sector of onderneming, waarin je werkt, die bepalend zijn voor je recht op tijdkrediet. Je doet dus best navraag bij het ACV om te weten welk recht op tijdkrediet je hebt en hoelang je dit mag uitoefenen. VoorwaardenHet recht op tijdkrediet is niet gebonden aan een leeftijdsvoorwaarde. Je kan ook na je 50ste verjaardag een tijdkrediet vragen. Soms wordt dit overeengekomen als aanloop naar een brugpensioen of pensioen. Je hebt recht op tijdkrediet wanneer je in een periode van 15 maanden minstens 12 maanden in dienst geweest bent. Het kan dus ook gaan om een onderbroken tewerkstelling. Het arbeidsregime waarin je werkt (voltijds, deeltijds) speelt geen enkele rol als je voltijds tijdkrediet wil nemen. Je beroepsloopbaan wordt immers volledig onderbroken. Je contract wordt tijdelijk opgeschort. Ook als je contract reeds geschorst is, bijvoorbeeld wegens ziekte, kan je overstappen naar volledig tijdkrediet. Enkel wanneer je halftijds tijdkrediet neemt, moet je in de 12 maanden, voorafgaand aan je aanvraag, driekwart of meer van een voltijdse betrekking gewerkt hebben (opbouw van de tewerkstellingsvoorwaarde).
Vanaf 1 januari 2010 voert de regering een besparingsmaatregel in. De anciënniteitsregel voor het recht op tijdkrediet blijft onverkort maar je zal slechts een uitkering krijgen wanneer je minstens twee jaar verbonden bent door een arbeidsovereenkomst met je werkgever. Deze anciënniteitseis voor de uitkeringen geldt zowel voor voltijds als voor halftijds tijdkrediet en is van toepassing op alle nieuwe aanvragen. De anciënniteit op alle nieuwe aanvragen. De anciënniteit van twee jaar moet bereikt zijn op het ogenblik waarop je de aanvraag doet bij je werkgever.
|
Uitkeringen en de beperking van de uitkering bij volledig tijdkredietTijdkrediet wordt door de overheid aangemoedigd door middel van een uitkering, betaald door de RVA. Als je 5 jaren in dienst bent bij dezelfde werkgever, krijg je een hogere uitkering per maand loopbaanvermindering. Deze uitkeringen worden aangepast aan de index alsook aan het regime waarin je werkt (bedragen van de uitkeringen). De aangepaste uitkering wordt niet berekend volgens het aantal uren dat je laat vallen maar wel in functie van de initiële arbeidsregeling. Bijvoorbeeld, je werkt 30 uren per week en je neemt volledig tijdkrediet. Welnu, de uitkering zal 30/38e bedragen van de maximale uitkering waarop je recht hebt. Ongeacht de sector waarin je werkt, geldt er vanaf 1 juni 2007 een beperking van het recht op een uitkering vanaf het tweede jaar volledige onderbreking van je loopbaan. Zelfs wanneer je een uitgebreid recht geniet, langer dan 12 maanden (op grond van een cao dus) zal de RVA slechts uitkeringen verlenen voor een tweede jaar volledig tijdkrediet, voorzover je bepaalde motieven kan bewijzen. Het recht op de onderbreking zelf blijft ongewijzigd, maar als je geen geldig motief hebt zal je geen uitkering krijgen en wordt je recht een soort akkoord omtrent verlof zonder wedde. Welke motieven worden nog aanvaard ? zorgen voor kinderen jonger dan 8 jaar; palliatieve zorgen (met medisch attest); zorgen voor een inwonend en thuisverzorgd ge-handicapt kind, ongeacht de leeftijd van het kind (met een medisch attest); zorgen voor een zwaar ziek gezins- of familielid (met een medisch attest); volgen van een opleiding, erkend door de overheid of één van de sectorale sociale partners. De opleiding moet wel minimaal 360 uren per jaar (120 uren/trimester) of 27 studiepunten per jaar (9 uren/trimester) bedragen. Voor basiseducatie of een opleiding voor het behalen van een getuigschrift of getuigschrift secundair onderwijs volstaat 300 uren per jaar (100 uren per trimester). Je moet je regelmatige aanwezigheid in de cursus bewijzen (maximum 10 procent niet-gerechtvaardigde afwezigheden); volledig tijdkrediet als overgang naar brugpensioen of pensioen voorzover het volledige tijdkrediet reeds vóór 1 januari 2007 was aangevraagd en ten laatste aanvat op 30 juni 2007.
De beperking van de uitkeringen bij volledig tijdkrediet is een maatregel uit het Generatiepact. Omdat dit sterk ingrijpt op reeds toegekende rechten en regelingen, had het ACV een ruime overgangsperiode bekomen. Na 1 juni 2007 zal elke werknemer nog altijd één jaar volledig tijdkrediet met uitkeringen kunnen opnemen. De teller wordt voor iedereen op nul gezet, onafgezien van het reeds genomen tijdkrediet in het verleden.
Je hebt bijvoorbeeld recht op 5 jaar tijdkrediet en je hebt reeds één jaar opgenomen. Je hebt een nieuwe aanvraag voor een jaar volledig tijdkrediet ingediend voor een tijdkrediet vanaf 1 mei 2007. Dan kan je op 1 mei 2008 nog eens één jaar volledig tijdkrediet met uitkering opnemen, ongeacht het motief waarvoor je dit tijdkrediet wenst te gebruiken. Bovenop RVA-uitkeringen kunnen sectoren en on-dernemingen bijkomende vergoedingen voorzien, maar ingevolge het Generatiepact worden hierop bijzondere afhoudingen toegepast. Ga ook steeds na of je recht hebt op één van de Vlaamse aanmoedigingspremies afhankelijk van de reden waarvoor je tijdkrediet opneemt! Hoe reeds genomen onderbrekingen aanrekenen?De reeds genomen periodes van voltijdse of halftijdse loopbaanonderbreking (stelsel voor en na 1 januari 2002) worden aangerekend op de maximumduur van het tijdkrediet. Je hebt dus een krediet waar telkens een stukje van afgenomen wordt. Bijvoorbeeld: voor de sector waarin je werkt, werd het tijdkrediet uitgebreid naar 5 jaar. Als je reeds gedurende één jaar in het oude stelsel beroepsloopbaanvermindering, je loopbaan halftijds of volledig onderbroken hebt, dan houd je uiteindelijk nog 4 jaar tijdkrediet over. Onderbrekingen in het kader van de thematische verloven (ouderschapsverlof, verlof voor palliatieve zorgen en verlof voor de verzorging van een zwaar ziek gezins- of familielid) worden niet afgetrokken van het krediet.
|