ACV Online
23.02.2012
Goedenacht
Home | Sitemap |FR|DE
Terug | Lid worden | Contact
Help | Registreren
 
 
ACV Konfederatie  >  Sociale wetgeving  >  Werken  >  allesovermijnloon  >  Alles over je loon  >  Loon en zwangerschap
Printen | Delen
 
 

Loon en zwangerschap

Beeld zwangerschap

Moederschapsverlof

Het moederschapsverlof duurt normaal 15 weken, maar kan verlengd worden bij meerlingen en wanneer het kind in het ziekenhuis moet blijven.

De werkneemster mag het werk onderbreken vanaf 6 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum (prenataal verlof). Wordt een meerling verwacht, dan kan ze dat vanaf 8 weken vóór de vermoedelijke bevallingsdatum.

Zij moet alleszins vanaf minstens 7 dagen vóór de vermoedelijke bevallingsdatumhet werk onderbreken. Bevalt ze na de voorziene bevallingsdatum, dan wordt het prenataal verlof verlengd tot op de reële bevallingsdatum. De vermoedelijke bevallingsdatum wordt vastgesteld door een medisch getuigschrift dat minstens 7 weken vóór deze datum (9 weken voor meerlingen) aan de werkgever wordt overhandigd.

De werkneemster moet het werk onderbreken gedurende 9 weken na de bevalling (postnataal verlof).
Bij meerlingen mag ze maximaal 2 weken langer verlof nemen. Als de werkneemster op de dag van haar bevalling nog aan haar werkdag was begonnen, dan begint de periode van 9 (of 11) weken de volgende dag.

De periode tijdens dewelke ze is blijven werken in de 6 (of 8) weken vóór de werkelijke bevallingsdatum mag ze aan het postnataal verlof toevoegen. Indien de bevalling, omdat het kind prematuur wordt geboren, minder dan 7 dagen na de onderbreking van het werk plaats heeft, dan wordt de overgedragen periode verminderd met het aantal dagen dat de werkneemster is blijven werken in de periode van 7 dagen vóór de bevalling.

Sommige periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst worden met voortzetting van het werk gelijkgesteld. Dat is onder meer het geval voor jaarlijkse vakantie, feestdagen en dagen tijdelijke werkloosheid. Het geldt evenwel niet voor periodes van verwijdering uit het werk, zelfs indien de werkneemster vergoedingen wegens beroepsziekte ontving, noch voor ziekteperiodes tijdens de zwangerschap, ook wanneer de ziekte het gevolg zou zijn van de zwangerschap. Die periodes kunnen dus niet tot na de bevalling worden overgedragen.  De wet stipuleert echter dat indien de werkneemster tijdens de 6 weken voorafgaand aan de bevalling (8 weken in geval van geboorte van een meerling) arbeidsongeschikt was, ze haar postnataal verlof met een week mag verlengen.

Indien het kind langer dan 7 dagen na de geboorte in het ziekenhuis moet blijven, mag de werkneemster het postnataal verlof verlengen met de duur van de hospitalisatieperiode na de eerste 7 dagen, en dit met een maximum van 24 weken. Om van dit recht gebruik te maken, bezorgt de werkneemster aan de werkgever, op het einde van het postnataal verlof, een attest van het ziekenhuis dat de voorziene duur van de hospitalisatie aanduidt. Indien de hospitalisatie langer duurt dan de eerst voorziene periode, moet een nieuw attest worden voorgelegd.

Indien de werkneemster dit wenst, mag ze twee van de weken die ze overdroeg conform de modaliteiten hierboven, in verlofdagenomzetten. Die verlofdagen moeten binnen een periode van maximaal 8 weken worden opgenomen.  Op die manier kan de werkneemster het werk geleidelijk, of deeltijds, hervatten. Bij het veschijnen van deze pagina (01/05/2010), was het nog steeds wachten op een KB dat de modaliteiten bepaalt waarmee de werkneemster de werkgever verwittigt van de planning van dit verlof.

Vergoedbaarheid

Tijdens het moederschapsverlof wordt de werkneemster vergoed door het ziekenfonds. De werkgever is niet verplicht een gewaarborgd loon te betalen. Indien de werkneemster ziek wordt tijdens haar zwangerschap, houdt de verplichting van de werkgever om het gewaarborgd loon te betalen op 6 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum. Vanaf die datum zal het ziekenfonds de moederschapsvergoedingen uitkeren.

Gedurende de bevallingsrust, alsook gedurende de periodes van werkverwijdering tijdens de zwangerschap en tijdens de borstvoeding heeft de werkneemster recht op moederschapsuitkeringen ten laste van het ziekenfonds. Tijdens de bevallingsrust bedraagt de uitkering :
  • 79,5% van het gederfde loon tijdens de eerste 30 dagen;
  • 75% gedurende het resterende deel van het moederschapsverlof.

Werkneemsters gebonden door een arbeidsovereenkomst hebben, gedurende de eerste 30 dagen, recht op 82% van hun niet-begrensde brutoloon.

De vergoeding die aan werkloze vrouwen wordt uitgekeerd, bestaat uit twee delen:

  • en basisvergoeding, gelijk aan 60% van het begrensde brutoloon, zonder hoger te kunnen zijn dan de werkloosheidsuitkering;

  • een toeslag van 19,5% gedurende 30 dagen, van 15% nadien.

In het geval van een prenatale verwijdering krijgt de werkneemster 78,237% van haar loon. Dit percentage geldt voor verwijderingen vanaf 1.01.2010. Het is gelijk aan dat van de vergoedingen voor beroepsziekten in het geval van preventieve verwijdering. Vóór 1.01.2010 bedroeg het percentage van de moederschapsvergoedingen 60%. Als de werkneemster echter werd verwijderd omwille van een risico op de lijst met beroepsziektes
kreeg ze een bijkomende vergoeding van het Fonds voor Beroepsziekten. Voortaan krijgt iedereen dezelfde vergoeding.

Bij een postnatale verwijdering (‘borstvoedingsverlof’) bedraagt de vergoeding 60%.

De toekenningsvoorwaarden van de moederschapsvergoeding, met name de berekening van het gederfde loon en de loongrenzen zijn identiek aan deze van de ziektevergoedingen. Hetzelfde geldt voor de berekening van de wachttijd, die echter maar 3 maanden is.

Wanneer, ten gevolge van het overlijden of de hospitalisatie van de moeder, het moederschapsverlof in vaderschapsverlof wordt omgezet, dan wordt dit vaderschapsverlof eveneens gedekt door ZIV-uitkeringen, op voorwaarde uiteraard dat de vader zelf recht heeft op de uitkeringsverzekering en in orde is met de verzekerbaarheid. De uitkeringen worden op basis van het loon van de vader berekend en door het ziekenfonds, waar hij bij is aangesloten, uitbetaald.Als het vaderschapsverlof het gevolg is van het overlijden van de moeder, dan worden die uitkeringen berekend zoals de moederschapsuitkeringen die aan de moeder toekwamen.
Als het vaderschapsverlof het gevolg is van de hospitalisatie van de moeder, dan worden die uitkeringen zoals normale ziekte-uitkeringen berekend (de moeder bewaart haar
eigen moederschapsuitkeringen).

De uitkering waarop men de laatste zeven dagen van het vaderschapsverlof of het adoptieverlof recht heeft, is ook ten laste van de moederschapsverzekering. Die uitkering is gelijk aan 82% van het gederfde loon, geplafonneerd zoals voor de arbeidsongeschiktheidsuitkering.

De bezoldiging van de borstvoedingspauzes is ook ten laste van de moederschapsverzekering.

 

Meer info:

Cover Arbeid en zwangerschapJe kan de ACV brochure Arbeid en Zwangerschap downloaden


Wegwijzer sociale wetgeving editie 2010ACV-leden en militanten kunnen deze raadplegen (Zie DEEL 2 - ARBEIDSRECHT - Titel 2: Individuele arbeidsverhoudingen tussen werknemer en werkgever - Schorsing van de Arbeidsovereenkomst ). Om toegang te krijgen tot deze documentatie, moet je aanmelden als ACV lid en/of militant via de LOGON BOVENAAN RECHTS van deze pagina.

Als je nog geen ACV-lid bent, aarzel niet om de voordelen van een ACV-lidmaatschap te ontdekken.

 

Home  |  Alles over je loon  |  Publicaties over loon  |  Toplonen  |  Verdien je het juiste loon : check  |  Contact
Disclaimer

 

 
 
Contacteer ons ACV Mailbox
 
 
Klik door naar de ACV-berekeningsmodules
 
 
ACV op je werk
 
 
ACV in je regio