|
De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) werd - net als de ondernemingsraden- opgericht door de Wet van 20.09.1948. De CRB verstrekt adviezen of formuleert voorstellen aan een minister of aan het parlement over vraagstukken die verband houden met het bedrijfsleven. De CRB doet dit op vraag of uit eigen initiatief. De CRB is samengesteld uit 50 leden. Als er verschillende standpunten zijn, dan moeten die in het advies tot uiting komen. Sinds de oprichting in 1948 kreeg de CRB alom meer adviserende bevoegdheden. In een aantal gevallen is de regering verplicht om het advies in te winnen van de CRB. Zo moet de CRB worden geraadpleegd over: de aard en de omvang van de aan de ondernemingsraden te verstrekken economische en financiële inlichtingen; bepaalde uitvoeringsbesluiten van de Wet van 17.07.1975 over de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen; de vaststelling van de werkgeversbijdragen in de prijs van de spoorabonnementen voor werknemers.
In de Wet van 26 juli 1996 betreffende de bevordering van de werkgelegenheid en de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen krijgt de CRB een specifieke rol toebedeeld in de procedures. Voor einde september moet de CRB een technisch verslag uitbrengen waarin wordt nagegaan welke marges beschikbaar zijn voor de loonkostontwikkeling, en dit op basis van de loonkostontwikkeling in de drie buurlanden. Dit verslag wordt verder gebruikt door de sociale partners en desgevallend de regering om een maximale marge voor de loonkostontwikkeling in de cao's te bepalen. Daarnaast moet de CRB, samen met de NAR, twee keer per jaar (voor 31 januari en voor 31 juli) een omstandig
verslag uitbrengen over de ontwikkeling van de loonkost in België en in de drie buurlanden. Het interprofessioneel akkoord ‘1999-2000 heeft deze wet een substantieel andere invulling gegeven waardoor de maximale
loonmarge ‘indicatief’ is en waarbij de CRB en de NAR de opdracht krijgen om de inhoud na te gaan van sectorale akkoorden wat betreft de lonen, de vormingsinspanningen en de afspraken inzake werkgelegenheidsinspanningen. Door de Wet van 5.08.1991 tot bescherming van de economische mededinging werd in de schoot van de CRB een ‘commissie voor de mededinging’ opgericht, die, naargelang het geval, advies moet geven aan de regering, aan de bevoegde minister of aan de ‘raad voor de mededinging’ over alle uitvoeringsbesluiten van de vermelde wet, de ontwerpen tot wijziging van deze wet en alle vraagstukken van algemeen mededingingsbeleid. http://www.ccecrb.fgov.be/home.asp
|