|
De laatste weken was er veel te doen rond de tijdelijke werkloosheid voor bedienden. Die moet er wegens de crisis zogenaamd vlug komen. Maar ingewikkelde problemen zijn meestal niet op te lossen met snelle, simpele remedies. Natuurlijk is het onderscheid tussen arbeiders en bedienden achterhaald. Het ACV is daarvan overtuigd en werkt sinds lang aan oplossingen, in woorden en in daden. Uitgangspunt is voor het ACV de realiteit van de werknemers. Van daaruit zijn we gekomen tot het standpunt dat we een verbeterd gemeenschappelijk werknemersstatuut willen; we hebben zelfs concrete oplossingen uitgewerkt om alle verschillen tussen beide statuten weg te werken. Van daaruit evolueren de ACV-structuren ook permanent. Arbeiders en bedienden worden in meerdere sectoren door één centrale opgevolgd: horeca, non-profit, bewaking, … Steeds meer sectoronderhandelingen worden door arbeiders- en bediendecentrales samen gevoerd: petroleum, gas en elektriciteit, chemie,… Historisch gegroeide structuren gooi je niet zomaar overboord, maar mits overleg en goede afspraken staan ze veranderingen ook niet in de weg. In elk geval behoort tijdelijke werkloosheid voor bedienden tot het totaalpakket van het werknemersstatuut . Leerling-tovenaars die er de oplossing voor de crisis in zien, vergeten vele complicaties. Bijvoorbeeld moet de wetgeving vrij fundamenteel gewijzigd worden. Er is het probleem van de aanvullende vergoeding; die dient om het verschil met het gewone loon te verminderen en bestaat in de meeste sectoren voor de arbeiders, maar niet voor de bedienden. Ander probleem is een mogelijke discriminatie tussen bedienden. Velen denken aan economische werkloosheid voor een bepaalde groep, de technisch bedienden. Maar de Europese en Belgische antidiscriminatie-wetgeving laten zo’n onderscheid niet toe. Moeten àlle bedienden dan in aanmerking komen? Banken zouden het bijvoorbeeld wel handig vinden om een aantal bedienden een tijd door de sociale zekerheid te laten betalen. Wat willen de werkgevers overigens betalen voor zo’n nieuwe ‘solidaire’ lastenverlaging voor de bedrijven die het nodig hebben. Of moet het geld van de regering komen? Het deficit op de begroting zou nu al oplopen tot 3,4 % en een veralgemeende tijdelijke werkloosheid voor bedienden is daar nog niet ingerekend. Het ACV blijft voorstander van een interprofessionele en globale aanpak die komaf maakt met het onderscheid tussen arbeiders en bedienden. Een eventuele regeling i.v.m. tijdelijke werkloosheid voor bedienden maakt daar deel van uit. Het ACV wil elk goed overwogen voorstel bespreken. Maar het moet dan wel echt goed zijn voor de continuïteit van werkgelegenheid van bedienden en arbeiders. Ook de werkgevers moeten hun verantwoordelijkheid nemen in financiering en gebruik van het systeem. Sociale zekerheid en staatskas mogen niet worden leeggezogen en we mogen natuurlijk niet in onoplosbare problemen van discriminatie terechtkomen. Maar als al deze voorwaarden vervuld zijn, dan zitten we al dicht bij een volledige oplossing. Misschien is het moment aangebroken om dit probleem voor eens en voorgoed op te lossen. Dat zal dan wel moed en daadkracht vragen van alle partijen rond de tafel. Luc Cortebeeck
ACV-voorzitter
|