|
De regering in (door)lopende zaken heeft de begroting voor 2011 afgewerkt. We hielden ons hart vast, maar deze operatie bezorgt de werknemers en de sociaal verzekerden gelukkig niet te veel kopzorgen. De regering heeft naar onze argumenten geluisterd en er rekening mee gehouden. Er is nog wel een minsaldo van 3,6 % van het Bruto Binnenlands Product. Maar daarmee doet België het beter dan veel andere landen, die door de financiële crisis zwaar in het rood zijn moeten gaan (richting 10 % of meer). Ons land neemt daarmee wat voorsprong op het stabiliteitsprogramma van Europa waartoe het zich eerder had
geëngageerd. De rentesneeuwbal, de opbouw van de al grote overheidsschuld, wordt zo een halt toegeroepen. Dit is een belangrijk signaal voor de nerveuze financiele markten. En het is ten slotte een begrotingsoefening die niet ingaat op de lokroep om blindweg in de sociale uitgaven te gaan hakken. Het grote werkDaarmee is niet alles gezegd, er blijft nog altijd een serieus gat in de begroting om te dichten. In 2015 moet de begroting in evenwicht zijn. Dat moet niet alleen omwille van de druk van Europa en de financiële markten,
maar ook omwille van de kosten van de vergrijzing. Tegen 2015 zou dan 16,6 miljard aan maatregelen nodig zijn. Dit blijft een zware inspanning. Die zou vooral pijnlijk zijn als ze vooral van besparingen moet komen. Dat is nochtans wat de Belgische politici vandaag wordt opgedragen, vanuit het IMF (Internationaal Monetair Fonds), de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling), de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie, de Nationale Bank, de Hoge Raad voor Financiën… Maar hoe gefundeerd is dat? Want op het eerste zicht zou het toch geen verschil mogen maken. Of je nu snijdt in een overheidssubsidie aan een bedrijf of je verhoogt de belasting op dat bedrijf, wat is het verschil? In de beide gevallen trek je zuurstof uit dat bedrijf (of in sommige gevallen overdreven winsten). En of je nu de uitkering van
een werkloze vermindert of de belasting op die uitkering verhoogt? Veel succes ermee om de mensen uit te leggen dat er een wezenlijk verschil is. Dus op het eerste zicht is dat onderscheid tussen uitgaven en inkomsten niet zo belangrijk. Maar het eerste zicht is soms bedrieglijk. Dat lesje hebben de economen met de financiële crisis wel geleerd. Hopen we toch. Belastingdruk voor wie?Meestal komt men niet verder dan de uitleg dat niemand hogere belastingen wil en dat de belastingdruk bij ons al zeer hoog is. De vraag is voor wie die belastingdruk te hoog is. Dat je vanuit werkgelegenheidsoogpunt geen domme dingen moet doen met hogere lastentarieven op arbeid,
dat is zonneklaar. Net zoals je voor economie en werkgelegenheid oog moet blijven hebben voor een investeringsvriendelijk klimaat. Maar veel wegen blijven wel open liggen. Hoe belasten we in de toekomst vermogens en inkomens uit vermogen? Het gaat ook over de invoering, naar buitenlands voorbeeld, van een voldragen meerwaardebelasting, van een harmonisering (naar boven) van de roerende voorheffing, van een juiste belasting van onroerend vermogen en van het afsluiten van alle sluipwegen om te ontsnappen aan de vermogensfi scaliteit. Hoe verbeteren we de strijd tegen de fiscale fraude, de bijdragefraude en de ontwijking? En hoe past de milieufiscaliteit in het saneringsplaatje? Vergrijzing vergt solidariteitDe samenleving van de (nabije) toekomst, met zijn sterk vergrijzende bevolking, zal meer solidariteit vragen. Betekent dit dat we moeten inleveren? Neen, alleen dat we toelaten dat een groter deel van de groei wordt afgeroomd. Betekent dit dat je de uitgavengroei op zijn beloop moet laten? Neen, maar stevig de hakbijl zetten
in de overheidsuitgaven dreigt het meeste pijn te doen aan diegenen die het meest afhankelijk zijn van die collectieve voorzieningen en van de sociale bescherming. En dat zijn toch voornamelijk de zwaksten. Luc Cortebeeck
Voorzitter ACV
|