ACV
17.09.2014
Goedemiddag
Wat verandert er voor wie? Bekijk het op hetnieuwestatuut.be
Home | Sitemap |FR|DE
Terug | Lid worden | Contact
Help | Registreren
 
 
ACV Konfederatie  >  Actualiteit  >  Nieuws  >  Detail  >  IPA 2011-2012
Printen | Delen
 
 

IPA-Flash: nieuwsbrief rond het ontwerp IPA

  • IPA-Flash nr. 1: nieuwsbrief rond het ontwerp IPA voor ACV militanten en personeelsleden (inloggen!) 

  • IPA-Flash nr. 2: nieuwsbrief met vaak gestelde vragen rond het ontwerp IPA voor ACV militanten en personeelsleden (inloggen!)


  • Ontwerp IPA 2011-2012
Enkel voor ACV-militanten en personeelsleden: Inloggen
Registreren  |  Lid worden  |  Help

Dossier interprofessioneel akkoord

 

 


Het ontwerp IPA in een notendop

Na bijzonder moeilijke onderhandelingen – op de rand van een mislukking net voor Kerstmis  –  is de Groep van 10 op 18 januari in de late uurtjes tot een eindtekst gekomen, met vier  luiken: welvaartsvastheid sociale uitkeringen, index en loonmarge, statuut arbeiders-bedienden, verlenging tijdelijke maatregelen (inz. brugpensioen).

Deze eindtekst ligt nu ter goedkeuring voor bij alle sociale partners. Dus ook binnen het ACV. We nemen tot 31 januari de tijd voor interne raadpleging. Op 1 februari houden we hierover een Algemene Raad.

Tot het uiterste!

Het waren bijzonder moeilijke onderhandelingen.  Omwille van de moeilijkheidsgraad van de dossiers, zeker het dossier arbeiders-bedienden. Zo moeilijk dat we als ACV op de duur (en eigenlijk al vóór de start van de IPA-besprekingen) nog alleen stonden om vooruitgang te krijgen in de richting van het gemeenschappelijke statuut.

Maar moeilijk ook omwille van de budgettaire, politieke en sociaal-economische context:

  • de loonkosthandicap met de buurlanden, versterkt door de Duitse dumping;

  • een regering in lopende zaken en zonder budgettaire ruimte;

  • de dreigende gevolgen van de budgettaire sanering voor de werknemers;

  • we komen stilaan wel uit de economische crisis, maar het blijft hout vasthouden;

  • de aanhoudende politieke crisis maakt de financiële markten ongerust, met zeer zware risico’s tot gevolg (ook budgettair);

  • wat gaat nog federaal blijven/kunnen? Zie de dreiging tot splitsing van de sociale zekerheid en afbraak van het federale interprofessioneel overleg.

Tegelijk hielpen een paar van die factoren ook. Wat zou de kost zijn van een niet-akkoord? 

Uiteindelijk kwam er, net zoals twee jaar geleden, nog een externe verzoeningsopdracht aan te pas voor het moeilijkste dossier, dat van arbeiders-bedienden. Paul Windey, voorzitter van de Nationale Arbeidsraad (NAR), werkte in alle discretie aan een eindtekst. Die ligt nu voor. Samen met de vaststelling van Paul Windey dat dit voorstel op dit moment het enige haalbare is.

Ontwerpakkoord in een notendop


Indexering

  • index en indexering gevrijwaard

  • verder onderzoek naar aanpassing indexstelsel 
      

Lonen

  • in 2012 + 0,3% marge voor cao-onderhandelingen in sectoren of bedrijven over loonsverhogingen of andere voordelen boven index

Opzeg 

  • opzeg arbeiders  nieuwe contracten: cao nr. 75 +20% + 1.250 euro crisispremie  RVA

  • opzeg arbeiders bestaande contracten: blijft behouden + crisispremie van 1.250 à 3.750 euro

  • bedienden tot 30.500 euro: tot 2015 behoud en nadien – enkel voor nieuwe contracten - omzetting in afgeronde weken

  • bedienden  30.500 à 61.000 euro (enkel nieuwe contracten): vastklikken schaal-Claeys en – in 3 stappen – vermindering met 10%

Ziekte 

  • in 2014 afschaffing carensdag 2014 met nog af te spreken maatregelen tot beperking absenteïsme

Vakantiegeld 

  • bedrag dubbel vakantiegeld: voor ieder zoals arbeiders (incl. 13de maand; op loon vorig jaar)

  • bedrag enkel vakantiegeld:  voor ieder zoals bedienden nu (lopend loon), met volledige compensatie bij eventueel verlies arbeiders 

Tijdelijke werkloosheid

  • bestendiging van 70/75% van loon + werkloosheid minimumcomplement 5 euro, ook voor arbeiders

  • gefaseerde ombouw van crisisschorsing bedienden naar tijdelijke werkloosheid arbeiders

Resterende verschillen arbeiders bedienden

  • engagement  om eind 2012 tot regeling te komen

  
Welvaartsvastheid

  • 298 miljoen euro in IPA, 200 miljoen euro verder met regering te bekijken (inz. minima pensioenen)

  • basisschema:

    • minima  en forfaits +2%

    • plafonds + 0,7%

    • andere pensioenen/beroepsziekte: + 0,7%

    • pensioenen na 5 jaar en invaliditeit/beroepsziekte na 6 jaar: +2%

  • specifiek werkloosheid:

    • minima samenwonende schoolverlaters +1% (andere +2%)

    • alleenstaanden + 1 jaar: 55 i.p.v. 53,8% van het loon

    • plafonds volledig/tijdelijk werklozen + 1,25%

  • specifiek invaliditeit: vakantiegeld van 75 euro na 5 jaar naar 125 euro na 3 jaar

  • specifiek pensioenen: eerste stap minima gemengde loopbanen

  • arbeidsongevallen: later, in functie van andere financieringswijze

Tijdelijke afspraken

  • verlenging tijdelijke afspraken voor 2011-2012 (inz. brugpensioenen) 
       

Eindelijk op weg naar het gemeenschappelijke statuut

De eerste commentaren gingen vooral over het dossier arbeiders-bedienden. We zijn er nooit van uitgegaan dat de verschillen in een hik en een knik kunnen worden weggewerkt. Maar wel dat we dit werkjaar nog, en liefst van al in het IPA (zie hoger) een totaaldeal zouden maken, die vervolgens over meerdere jaren zou worden uitgerold, met vrijwaring van de opgebouwde rechten. Zo’n deal geraakt niet rond. Niet in het IPA-overleg. Maar ook nog niet dit werkjaar. It takes two to tango. En voor het IPA ben je zelfs met zeven.

Maar door het volhouden  van het ACV  staat nu wel een voorstel  op papier om – met name voor de opzegtermijnen – in het kader van dit IPA al eerste stappen te zetten de komende jaren. En de rest van de karwei af te maken tegen eind 2012. Waarbij al een duidelijke marsrichting is bepaald:

  • eenzelfde ontslagbescherming  voor arbeiders-bedienden;

  • afschaffing van de carensdag vanaf 2014;

  • zelfde regeling voor 1ste maand ziekte;

  • zelfde vakantiegeld (verbetering voor meeste bedienden en voor meeste arbeiders zonder volledige 13de maand);

  • zelfde regeling tijdelijke werkloosheid;

  • evolutie naar gemengde paritaire comités.

Dit alles omdat het ACV, tegen alle weerstanden in, bleef stellen: ieder gebruikt zijn handen, ieder gebruikt zijn hersenen. En handige handen zijn even belangrijk als briljante breinen.  Zeker ook even waardevol. Als je daarvan uitgaat, als je vindt dat arbeiders gelijkwaardig zijn, dan kan het niet langer dat arbeiders een minderwaardige bescherming krijgen. Daar gingen we voor. Daar blijven we voor gaan. Met zeer veel werk op de plank voor 2011-2012.


Een blik in het verleden

Het eerste interprofessioneel akkoord – in de huidige betekenis van het woord - werd in 1960 afgesloten. Nadien volgden verschillende belangrijke akkoorden die leidden tot een forse verbetering van de loon- en arbeidsvoorwaarden van de Belgische werknemers. Ook de sociale zekerheid werd verder uitgebouwd. Maar de economische crisis van de jaren ’70 kwam roet in het eten gooien. Het sociaal overleg geraakte in het slop. De verhoudingen tussen werknemers en werkgevers verliepen steeds moeilijker. Het interprofessioneel  akkoord van 1975 was het laatste in een lange rij. Tussen 1976 en 1986 werden geen daadwerkelijke akkoorden meer afgesloten.  Pas in 1986 werd opnieuw aangeknoopt bij de traditie van tweejaarlijkse akkoorden. Alleen in 1996 en in 2005 geraakten de sociale partners er niet uit. In 2005 werd het akkoord door de ABVV-achterban afgeschoten en nam de regering het ontwerpakkoord over.

<Top>


De ‘Groep van 10’

De interprofessionele onderhandelingen vinden plaats binnen de zogenaamde ‘Groep van 10’, die gevormd wordt door de toponderhandelaars van de vakbonden en de werkgeversorganisaties. Feitelijk bestaat de ‘Groep van 10’ uit 11 personen. De voorzitter van het VBO die de ‘Groep van 10’ voorzit wordt niet meegerekend. Voor het ACV zitten voorzitter Luc Cortebeeck en algemeen secretaris Claude Rolin in de Groep van 10.

 <Top>


De loonnorm

Sinds 1997 zijn de onderhandelingen niet meer volledig vrij. In 1996 besliste de regering om een loonnorm in te voeren met het oog op de bescherming van het concurrentievermogen van ons land. Deze loonnorm moet vermijden dat onze lonen  sneller stijgen dan bij onze belangrijkste handelspartners (Frankrijk, Duitsland en Nederland). De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB)  volgt de loonevoluties in deze landen op de voet en stelt een technisch rapport op over de marges waarbinnen de loonkosten in ons land mogen evolueren. Op grond van dit rapport moeten de interprofessionele onderhandelaars effectief een loonnorm vastleggen. Deze loonnorm omvat ook de index en de baremaverhogingen. Komen de sociale partners niet tot een akkoord, dan kan de regering zelf de loonmarge bepalen. Het is belangrijk om te beklemtonen dat het om een indicatieve loonnorm gaat. Sectoren kunnen nog altijd grotere loonsverhogingen afspreken. 

Op 9 november stelde de CRB zijn rapport voor. Zie doelstellingen van het ACV voor het IPA 2011-2012 


Een interprofessioneel akkoord is een kaderakkoord

Een IPA is geen collectieve overeenkomst in de strikt juridische zin van het woord. Het gaat om een kaderovereenkomst die nadien op verschillende terreinen concreet moet uitgewerkt worden.

  • Via wetten en besluiten door de regering

  • Via collectieve arbeidsovereenkomsten in de Nationale Arbeidsraad (NAR)
    De Nationale Arbeidsraad, die bestaat uit vertegenwoordigers van de werkgevers en de vakbonden, sluit overeenkomsten af die gelden voor alle arbeiders en bedienden van het land. Enkele voorbeelden van afgesloten overeenkomsten in de NAR:

    • cao nr. 17: brugpensioen

    • cao nr. 62: Europese Ondernemingsraden   

    • cao nr. 77: tijdkrediet 

    • cao nr. 85: telewerk 

  • Via sectorale cao’s
    Sectorale cao’s worden onderhandeld binnen een paritair comité. Paritaire comités zijn samengesteld uit de vertegenwoordigers van de werkgevers en de vakbonden uit een welbepaalde bedrijfstak. Sectorale cao’s gelden voor alle werknemers van een welbepaalde sector en behandelen zaken zoals verloning, arbeidsduur, brugpensioen, enz.

  • Via cao’s in de ondernemingen
    Bedrijfsovereenkomsten kunnen gesloten worden op het niveau van een onderneming of van een groep ondernemingen tussen de directie(s) en de vakbondsafgevaardigden en vaak de vakbondssecretarissen. 

Sinds 1968 kunnen cao’s algemeen verbindend verklaard worden. De minister van Tewerkstelling en Arbeid kan cao’s omzetten in koninklijke besluiten (KB’s) die dan van toepassing worden op alle werknemers van het betrokken niveau (interprofessioneel, sectoraal of onderneming). 


Het belang van een IPA

Het ACV blijft gewonnen voor een interprofessioneel kaderakkoord. Daarvoor hebben we ijzersterke argumenten. 
Een IPA zorgt vooreerst voor meer solidariteit onder werknemers. In een interprofessioneel akkoord worden de minimumrechten voor alle arbeiders en bedienden van het land vastgelegd. Dus ook voor werknemers uit de ‘kleine’ sectoren, die anders misschien uit de boot zouden vallen. Vaak worden voordelen die afgedwongen werden in sterke sectoren, via het IPA veralgemeend naar alle werknemers. Ook niet-actieven kunnen de vruchten plukken van sociale vooruitgang.

Een IPA kan bijgevolg vermijden dat er al te grote verschillen ontstaan tussen sterke en zwakke sectoren.
Interprofessionele onderhandelingen zijn het uitgelezen terrein om nieuwe, kwalitatieve thema’s  in het sociaal overleg te introduceren. We denken daarbij aan zaken zoals kwaliteit van arbeid en leven, vorming en opleiding, mobiliteit,  innovatie enz. 

We blijven het interprofessioneel overleg zien als een zaak van de sociale partners zelf. Vakbonden en werkgeversorganisaties moeten verantwoordelijk kunnen onderhandelen in alle vrijheid en wederzijdse engagementen afspreken. Sturing door de overheid kunnen we missen. In die zin blijven we ook een door de overheid opgelegde loonnorm afwijzen. 

Om te vermijden dat  werknemers uit verschillende landen tegen elkaar uitgespeeld worden bij de onderhandelingen, is het belangrijk om tot een betere coördinatie te komen van de vakbondsaanpak in de verschillende landen. Als vakbonden in het ene land bereid zijn tot inleveringen, heeft dit immers ook impact op de onderhandelingsmarge in een ander land. Een concreet voorbeeld: als Duitsland afspraken maakt over langer werken voor hetzelfde loon, dan neemt ook in België de druk toe om soortgelijke maatregelen te treffen. 

Daarom komen sinds 1997 in de Groep van Doorn de vakbonden uit Duitsland (DGB), Frankrijk (CGT, CFDT, FO, CFTC), Nederland (FNV, CNV), Luxemburg (CGT-L, LCGB) en België (ABVV, ACV, ACLVB) bijeen. Tijdens deze bijeenkomst discussiëren de bonden over de coördinatie van de collectieve onderhandelingen. De informatie-uitwisseling maakt het de nationale vakbonden mogelijk om de informatie, die ze elk in hun eigen land krijgen, te vergelijken en aan te vullen in functie van wat er gebeurt of concreet in voorbereiding is in andere landen. 

<Top>


Voorbeelden van recente interprofessionele verwezenlijkingen

Het interprofessioneel overleg leidde ook de laatste jaren tot een aantal belangrijke sociale verbeteringen:   

  • recht op tijdkrediet en vierdagenweek (2000)

  • veralgemening van de 38-urenweek (2000)

  • dubbel vakantiegeld voor volle vier weken vakantie (2000)

  • maatregelen om risicogroepen tewerk te stellen (2003)

  • aanmoediging innovatie en onderzoek (2005)

  • opdrijven inspanningen voor vorming en opleiding (2005)

  • bijsturing van het Generatiepact (2007)

  • verhoging minimumlonen (2007)

  • welvaartsvastheid van uitkeringen (2009)

 


Doelstellingen van ACV voor het interprofesioneel akkoord 2011-2012

Met het technisch verslag van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) kan het overleg voor een nieuw interprofessioneel akkoord voor 2011-2012 definitief van start gaan.

Het ACV hoopt dat het debat weerom niet wordt beperkt tot één enkele vaststelling in het verslag (de ‘loonhandicap’), maar dat het CRB-verslag een aanzet is tot een breed debat over het concurrentievermogen en de werkgelegenheid.  

Specifiek inzake de loonhandicap geeft het technisch verslag een dubbel signaal:

  • in 2011-2012 evolueert de loonkost in de buurlanden met 5 %, tegen een verwachte indexering in België met 3.9 %; hetgeen voor België normaliter een marge geeft van 1.1 %;

  • in 2009-2010 is de waargenomen loonhandicap evenwel met 0.5 % toegenomen, tot 3.9 %.

Het ACV vraagt deze beide gegevens met de nodige voorzichtigheid te interpreteren:   

  • enerzijds zijn de verwachtingen voor 2011-2012 behoorlijk onzeker;

  • anderzijds blijft de meting van de loonhandicap op basis van de nationale rekeningen een sterk vertekend beeld geven.  Immers houden de nationale rekeningen  geen rekening met de 3.788 miljoen  euro aan loonkostensubsidies in 2010 via fiscale weg (2.220 miljoen ), via de activering van uitkeringen (339 miljoen) en via de dienstencheques (1.229 miljoen).  Houden we daarmee wel rekening, dan wordt de loonhandicap herleid tot 1,0 % in 2010.

Het ACV stelt vast dat die loonhandicap in elk geval niet heeft verhinderd dat Belgïë, vergeleken met de drie buurlanden,  veel betere werkgelegenheidsprestaties heeft neergezet:

  • sinds de Wet van 1996 op het concurrentievermogen en de werkgelegenheid is de Belgische werkgelegenheid in de privé-sector  (in voltijdse eenheden)  3.3 % sterker gegroeid: in België een groei van 12.1 % van 1996 tot 2009 tegen 4.0  % in de buurlanden;

  • een sterkere toename in 2007-2008 (+ 3.6 % tegen 2.7 %) en een geringere afname in het crisisjaar 2009 (- 2.0-  %  tegen – 2.4 %);

  • vooral een aanzienlijk betere evolutie dan Duitsland (lees ook: 'De schadelijke neveneffecten van de Duitse kuur' op de blog van ACv voorzitter Luc Cortebeeck).

Evolutie werkgelegenheid (voltijdse eenheden) 1996-2009 in België en de drie buurlanden (1996 = 100)Evolutie werkgelegenheid

Desalniettemin erkent het ACV dat, rekening houdend met de loonhandicap, op verantwoorde wijze zal moeten worden omgesprongen met de kennelijke marge voor 2011-2012.  Temeer daar niet kan worden gerekend op de federale regering om de marge te vergroten of de loonhandicap te verminderen.  Het vraagt echter ook redelijkheid langs werkgeverszijde: stellen dat niks kan, is geen basis voor constructief overleg.

Het  ACV wil daarbij ook aandacht wil voor de factoren die in België tot een hogere inflatie leiden:

  • de problemen met de prijszetting inzake energie;

  • de hogere voedselprijzen;

  • de sterkere evolutie van de distributieprijzen (zoals recent  nog opgemerkt door de Europese commissie).

Het ACV moet anderzijds opnieuw vaststellen dat het met de investering in en participatie aan vorming van werknemers van kwaad naar erger gaat: 

  • de investering in vorming daalde verder tot 1.10 % in 2009, terwijl we al lang 1.9 % hadden moeten bereiken; dit is zelfs lager dan de 1.24 % van het refertejaar (1998);

  • zelfs wanneer de informele opleidingen en de stortingen aan de sectorale opleidingsfondsen worden opgeteld, blijven we steken op 1.59 %;

  • de participatie van werknemers blijft voorlopig steken op 32.8 % in 2009, terwijl in 2003 op de Tewerkstellingsconferentie was afgesproken de 50 % te bereiken  in 2010.

Dat houdt ook in dat voor het eerst het sanctiemechanisme van het Generatiepact voor bedrijven met een ontoereikend sectoraal vormingsakkoord zal moeten worden toegepast.

Het ACV stelt ook vast dat België ondermaats blijft scoren op andere kwalitatieve factoren die het concurrentievermogen bepalen: onderzoek en ontwikkeling, innovatie, onvoldoende aanwezigheid op de markten van de toekomst, hoge ongekwalificeerde uitstroom, lage participatie van volwassen aan het levenslang leren…  Ook hierover wil het ACV het overleg aangaan met de werkgevers en met de overheden, met het oog op de versterking van de werkgelegenheid en de groei.

ACV voorzitter Luc Cortebeeck hoopt ook dat in het IPA-overleg een kader voor het gemeenschappelijk werknemersstatuut kan geschapen worden. Lees hierover ''ACV wil statuut arbeiders-bedienden op onderhandelingstafel'.


 

Enkel voor ACV-militanten en personeelsleden: Inloggen
Registreren  |  Lid worden  |  Help
Home  |  Actualiteit  |  Het ACV  |  Sociaal overleg  |  Sociale wetgeving  |  E-Services  |  Contact
Disclaimer