|
Wanneer is een top gelukt? Volgens ACV voorzitter Luc Cortebeeck weet je dat ten vroegste maanden later. Toch doet hij nu al een poging om al zijn indrukken over de G20 van vorige week op een rijtje te zetten. Luc Cortebeeck werkte als ondervoorzitter van het Internationaal Vakverbond een drukke agenda af op de G20 top. Leest u even mee. De media hebben zich gefixeerd op anekdotes. Op de wensen van Obama aan Sarkozy bijvoorbeeld (”Ik hoop dat uw dochter meer op uw vrouw gelijkt dan op u”). Of op de fratsen en ongeloofwaardigheid van Berlusconi. En op het Griekse “koningsdrama”. Gelukkig is er meer gebeurd op de G20. Spijtig genoeg heb ik daarover weinig of niets gevonden in de media. Ten eerste heeft het Franse voorzitterschap de L20 (Labour 20) en B20 (Business 20) geïnstitutionaliseerd. Wat we sinds 2008 in Washington hadden opgebouwd, wordt vanaf nu een verworvenheid. Dit betekent dat de vakbondsleiders van het Internationaal Vakverbond en van de Chinese vakbond een vergadering houden op de plaats van en juist voor de top. Daar nemen ze nog voor een laatste maal hun standpunten door, die vooraf werden uitgewerkt. En dan ontvangen ze de leiders van de internationale organisaties, de Verenigde Naties (Ban-Ki Moon), de Internationale Arbeidsorganisatie (Juan Somavia), het Internationaal Monetair Fonds (Christine Lagarde), de WereldBank (Robert W. Zoellick), de Wereld HandelsOrganisatie (Pascal Lamy) en de Europese Unie, Commissie (José Manuel Barroso) en Raad (Herman Van Rompuy.) Ondertussen hebben kleine delegaties contacten met de leiders van de G20 landen, deze keer haalden we 14 op 20. Volgende keer mikken we ook op China en India erbij. Aan het einde van de L20 trachten we een eerste evaluatie te maken. Het “betonneren” van de betrokkenheid van de werknemers was één van de objectieven. Maar we wilden vooral naast economische, financiële doelstellingen ook werk, goed kwalitatief werk vooraan plaatsen in de besluiten van de G20. En dat is deze keer ook gelukt, de G20 stellen dat groei en kwalitatieve jobs van fundamenteel belang zijn voor het bestrijden van de crisis. De ministers van Arbeid van de G20 bereiden zich in een “task force” voor op de zomertop van de G20 in Mexico om dit te concretiseren, ze kunnen daarbij beroep doen op de IAO, het IMF en de sociale partners. Ook sociale zekerheid en in de armere landen een sokkel van sociale bescherming worden als noodzakelijk omschreven. Dat is een opdracht voor de Internationale Arbeidsorganisatie, de “social protection floor” staat aan de agenda van de volgende Internationale Arbeidsconferentie in juni 2012. De G20 roepen ook op de 8 belangrijkste IAO conventies te ratificeren en om te zetten in wetgeving. Wat er allemaal van komt, weet ik niet, maar de woorden en de zinnen zijn er. Vroeger waren ze zo typisch voor het internationaal optreden van de Europese Unie, nu niet meer. Integendeel, de financiële en economische crisis leidt tot meer economische coördinatie. Dat willen we ook, maar met wat nu voorligt gaat de Europese Commissie en in de praktijk Ecofin, mee aan zet komen bij de voorbereiding van de nationale begrotingen. Ze gaan hun stempel kunnen drukken op de nationale beleidskeuzes. Ook belangrijke budgettaire en economische hervormingsplannen gaan vooraf moeten worden voorgelegd aan Ecofin. En het lijkt ook de bedoeling dat men de nationale democratieën nog meer wil rijgsnoeren en ringeloren door een wijziging van de Europese verdragen. De vraag is dus op welke wijze de Europese Unie de besluiten van de G20 gaat toepassen? De Internationale Arbeidsorganisatie en de VN vrezen dat er veel sociale onrust zal komen daar waar er alleen gesaneerd wordt en geen perspectief wordt geboden. De topeconoom van wereldniveau en tegenhanger van de Wall Street boys, Jeffrey Sachs die Ban-Ki Moon als expert vergezelde was er samen met zijn secretaris generaal van overtuigd dat werk en sociale zekerheid “basic” zijn om de crisis goed aan te pakken. Dat is wellicht het grote probleem van Europa, het lijkt zijn sociaaleconomische identiteit kwijt te zijn. Er is te weinig eenheid. En alle leiders zijn zelf heel fragiel, want in elke land zit er wel één of andere verkiezing aan te komen en ze zijn helemaal niet zeker meer dat zij met hun saneringen nog voldoende steun zullen krijgen. Zo geeft men de Chinezen en de Amerikanen gemakkelijke argumenten in handen om het Europees Noodfonds niet hoeven te ondersteunen. De vele woorden die de G20 nodig hebben over hun initiatieven t.a.v. de regulering van de financiële sector beloven weinig vooruitgang. De financiële transactietaks zat er zeker in bij de meeste Europese leiders. De USA en Canada zagen het echter niet zitten en kregen Australië en ook enkele groeilanden op hun hand. Zal Europa nu toch het initiatief nemen? We hadden zeker beter gehoopt maar laten we niet vergeten dat de idee op de G20 van Pittsburgh (VS) in 2009 nog klonk als een vloek. Nu wordt al over de inhoud, het effect en de benutting van de opbrengst gesproken. Ook met de Mexicaanse regering was er een vakbondscontact. Want zij hebben volgend jaar de leiding van de G20 en er zijn veel twijfels of zij er op het sociale terrein kracht willen achter zetten. De G20 onder leiding van de Fransen, er is met veel ambitie aan gewerkt, de echte resultaten kunnen we pas later opnemen. De financiële regulering oogt zwak en de financiële transactietaks werd niet binnengehaald. Maar op gebied van werk en sociale vooruitgang zouden de besluiten er minder sterk uit gezien hebben zonder de L20. Voortdoen is de boodschap. Luc Cortebeeck,
7 november ’11
|