|
Deze week kwam het nieuws dat de strijd tegen fraude bij dienstencheque-bedrijven vruchten begint af te werpen. Vorig jaar betrapte de RVA maar liefst 70 ondernemingen op frauduleuze praktijken. Fraude is altijd onaanvaard-baar, maar zeker in een sector waar veel overheidsgeld naartoe vloeit. Momenteel zijn er 2.600 dienstenchequebedrijven actief in ons land, die samen 120.000 werknemers tewerkstellen. Dienstencheques worden gebruikt voor poetswerk, was- en strijkwerk, verstelwerk en kookhulp. De gebruiker, die bijvoorbeeld een poetshulp inschakelt, betaalt slechts 7,50 euro per uur. Bedrijven vangen 20,80 euro per uur. Het verschil wordt hen betaald door de overheid, die op die manier de RSZ-bijdragen voor haar rekening neemt. Bedoeling van het hele systeem is om zwartwerk te ontmoedigen en wit werk te stimuleren. Cheques verkopen aan zichzelf“De fraude in de sector van dienstencheques kent veel gedaantes”, zegt nationaal secretaris Pia Stalpaert van
ACV Voeding en Diensten. “In de meest extreme gevallen werken ondernemingen zonder werknemers. Ze kopen cheques en verkopen die door aan zichzelf. Het verschil, de overheidsbijdrage, stoppen ze in eigen zak. Soms worden er ook meer cheques ingediend dan er uren gepresteerd zijn. Nog andere ondernemingen storten de RSZ-bijdragen van de werknemer simpelweg niet door naar de sociale zekerheid.” 70 bedrijven op 1 jaar tijd die betrapt zijn op fraude. Dat is veel. “Inderdaad veel, maar het is nog maar het topje
van de ijsberg. De controles zijn het voorbije jaar verdubbeld van 300 naar 600. Die strengere controles zijn er gekomen onder impuls van de vakbonden, maar ook van Federgon (de federatie van interimkantoren, die vaak ook als dienstenchequebedrijf aan de slag zijn, ph). Samen zitten we in een erkenningscommissie voor de sector.
Het is van daaruit dat negatieve adviezen vertrekken, waarop de RVA op haar beurt controleurs uitstuurt. De werkgevers zijn net als wij vragende partij voor doorgedreven fraudebestrijding. Ook zij willen de cowboys eruit, want die leiden tot oneerlijke concurrentie. Voorkomen is beter dan genezenFraude bestrijden is één ding. “Fraude voorkomen zou nog beter zijn”, legt Pia Stalpaert uit. “We zouden strikter moeten zijn in het toekennen van vergunningen aan nieuwe bedrijven. Sommigen starten bijvoorbeeld zonder kapitaal. Dan kun je bijna zeker stellen dat er iets niet pluis is. Veel bouwbedrijven starten nu een eigen dienstencheque-onderneming om hun werven schoon te maken. Of beheerders van flatgebouwen doen hetzelfde. Maar daarvoor mogen dienstencheques helemaal niet gebruikt worden. Hun erkenning vooraf weigeren ligt echter zeer moeilijk.” De vakbonden zouden graag meer preventief optreden. “Wij kunnen alleen adviezen geven. Onze commissie zou dringend meer bevoegdheden moeten krijgen. Bovendien belet de Europese dienstenrichtlijn een strenge aanpak van nieuwe bedrijven. De drempel om bedrijven op te richten moet van Europa zo laag mogelijk blijven. Positief is wel dat nieuwe dienstencheque-ondernemers nu een halve dag vorming krijgen over de wetgeving. Vaak zijn ze daar zelf onvoldoende van op de hoogte. We hebben dus stappen vooruit gezet, maar de fraude in de sector is nog
lang niet uitgeroeid.” Veiligheid en hygiëne En hoe zit het met de arbeidsomstandigheden? De veiligheid en de hygiëne? Is daar voldoende controle op? “Dat blijft een groot probleem. Dienstenchequewerknemers werken bij de mensen thuis en daar mag geen sociale inspectie langskomen om privacyredenen. Het kan alleen met medewerking van het bedrijf zelf. Wij pleiten al langer voor een wijziging van de wetgeving, maar de werkgevers liggen hier dwars.”
|