|
De federale regering nam tijdelijke maatregelen voorgesteld om de crisis en bijhorende werkloosheid te bestrijden. Het gaat om een formule van: Het gaat om tijdelijke crisismaatregelen die verlengd werden tot september 2010. Hieronder vind je meer informatie over deze maatregelen. Het ACV maakte ook een folder die bondig de verschillende maatregelen toelicht. Speciaal rond de crisispremie maakte het ACV nog een extra folder '1.666 euro crisispremie voor de zwakst beschermde arbeiders'. Als je nog vragen hebt, aarzel dan niet om je ACV-beroepscentrale te contacteren of neem contact op met het dichtsbijzijnde ACV-dienstencentrum. Op www.crisismaatregelen.be , een site van LBC-NVK, vind je ook heel wat informatie.
1.Tijdelijke arbeidsduurvermindering met 20 à 25% Tijdelijke collectieve arbeidsduurvermindering voor alle werknemers of voor een werknemerscategorie. De werkgever krijgt een extra RSZ-vermindering waarvan 75% naar de werknemer
moet gaan als compensatie voor het loonverlies. Voor privébedrijven en voor overheidsbedrijven. Zowel voor arbeiders als bedienden. Voor deze tijdelijke collectieve arbeidsduurvermindering is een cao op ondernemingsvlak nodig. Drie kwart van de RSZ-vermindering is voor de werknemer, als compensatie voor het loonverlies: arbeidsduurvermindering van 20%: compensatie van minstens 150 euro bruto/maand arbeidsduurvermindering van 20% èn overstap naar vierdagenweek: 250 euro bruto/maand; arbeidsduurvermindering van 25%: 187,50 euro bruto/maand; arbeidsduurvermindering van 25% èn overstap naar vierdagenweek: 287,50 euro bruto/maand.
De betrokken werknemers blijven beschouwd als voltijdse werknemers. Als ze alsnog worden ontslagen, dan wordt hun opzeggingsvergoeding berekend op basis van het loon dat ze kregen
vóór de arbeidsduurvermindering. 2. Tijdelijke deeltijdarbeid (crisistijdkrediet) Tijdelijke individuele vermindering vana rbeidsduur, met uitkering van de RVA. Enkel voor voltijdse werknemers uit privésector (dus niet voor overheidsbedrijven) die 4/5 of halftijds gaan werken. Zowel voor arbeiders en bedienden. En enkel voor werknemers waarvan het bedrijf een zware terugval kent door de crisis: 15% daling van omzet, productie, bestellingen of al 20% economische werkloosheid in het bedrijf (t.o.v. de
totale werknemersgroep). Voor de invoering van crisistijdkrediet moet er:
Werknemers die minder gaan werken via het crisistijdkrediet krijgen een aanvullende uitkering van de RVA:
halftijds: 442,57 euro / maand; 4/5: 188,82 euro / maand als men jonger is dan 50 jaar en 248,08 euro per maand vanaf 50 jaar.
Deze deeltijdarbeid wordt niet aangerekend op het tijdkrediet. Als de werknemer toch wordt ontslagen wordt zijn opzegvergoeding berekend op het loon dat hij kreeg vóór de deeltijdarbeid.
Hetzelfde geldt voor de latere werkloosheidsvergoeding. De niet-gewerkte dagen worden gelijkgesteld met arbeidsdagen voor de sociale zekerheid en de jaarlijkse vakantie. 3. Volledige of gedeeltelijke schorsing voor bedienden Dit is enkel mogelijk voor bedienden. En enkel als het bedrijf een zware terugval kent door de crisis: 15% daling van omzet, productie, bestellingen of al 20% economische werkloosheid in het
bedrijf (t.o.v. de totale werknemersgroep). Er is steeds een cao of goedgekeurd ondernemingsplan vereist voor deze maatregel. Het bediendencontract kan maximum per kalenderjaar: volledig geschorst worden gedurende 16 weken; gedeeltelijk geschorst worden (met nog minstens 2 werkdagen in de week) gedurende 26 weken; of een combinatie van beide, waarbij 2 weken gedeeltelijke schorsing tellen voor één week volledige schorsing.
De werknemer krijgt geen loon voor de dagen van schorsing, wel een uitkering van de RVA, de zogenaamde ‘crisisuitkering’: gezinshoofden en alleenstaanden: 75% van het brutoloon, (dat loon is voor de berekening begrensd tot 2.206,46 euro / maand); samenwonenden: 70% van het brutoloon, (dat loon is voor de berekening begrensd tot 2.206,46 euro / maand).
Deze uitkering wordt uitbetaald door het ACV. Daarbovenop krijgt de werknemer een aanvullende vergoeding van de werkgever, vastgelegd in cao of ondernemingsplan. Deze vergoeding mag niet minder zijn dan wat een arbeider krijgt bij
economische werkloosheid. Als er geen cao is (dus bij een ondernemingsplan) moet minstens 5 euro perd ag worden betaald door de werkgever. De schorsingdagen zijn gelijkgesteld met arbeidsdagen voor de sociale zekerheid en de jaarlijkse vakantie. Op de schorsingsdagen mag de bediende een einde stellen aan het contract, zonder opzeg. De werkgever moet wel de normale opzegtermijn respecteren. Die termijn loopt trouwens niet door tijdens de schorsingsdagen. 4. De crisispremie Samen met de verlenging van de crisismaatregelen, voert de regering op vraag van de vakbonden tijdelijk een crisispremie bij ontslag in. Die komt in de eerste helft van 2010 ten goede aan de arbeiders met de zwakste ontslagbescherming. Dat zijn zij die geen aanspraak kunnen maken op drie of zes maanden inschakelingsvergoeding via een tewerkstellingscel bij collectief ontslag. Bovendien wordt de werkgever aangemaand die arbeiders niet te ontslaan zonder vooraf naar alternatieven te hebben gezocht. Alle arbeiders die (tegelijk) aan volgende voorwaarden voldoen hebben recht op de crisispremie: een arbeidsovereenkomst voor arbeider hebben (onder de Arbeidsovereenkomstenwet). Dus niet voor bedienden, handelsvertegenwoordigers of dienstboden. Maar voorlopig ook niet voor binnenschippers, zeelieden of havenarbeiders; in de privésector werken (profit of non-profit), zij het:
- met uitsluiting van het gesubsidieerd personeel van het vrij onderwijs (wel het meester-, vak- en dienstpersoneel);
- met uitsluiting van de arbeiders die met een PWA-overeenkomst werken;
- maar met inbegrip van de arbeiders van de sociale huisvestingsmaatschappijen en van volgende publieke instellingen: De Lijn, MIVB/STIB, TEC, BIAC en VITO; ontslagen zijn door de werkgever (al dan niet met opzegging), dus sowieso niet bij vrijwillig vertrek, bij vertrek met onderlinge toestemming, bij beëindiging van een tijdelijke contract of uitzendcontract of bij beëindiging wegens overmacht, maar ook niet:
- bij ontslag tijdens de proeftijd;
- bij ontslag met het oog op brugpensioen of pensioen;
- bij ontslag om dringende reden; de datum van opzegging of verbreking moet liggen tussen 1 januari 2010 en 30 juni 2010; geen recht hebben op inschakeling in een tewerkstellingscel (bij collectief ontslag). In dat geval is er immers een inschakelingsvergoeding gedurende 3 maanden (-45 jaar) of 6 maanden (vanaf 45 jaar). Wie zich kan inschakelen in een tewerkstellingscel, maar dit niet doet, heeft geen recht op de crisispremie.
De crisispremie bedraagt 1.666 euro. Dit bedrag wordt in één keer uitbetaald. Het is puur netto, dus vrijgesteld van zowel belastingen als RSZ-bijdragen. Wie betaalt dat? Drie mogelijkheden: de werkgever heeft het contract opgezegd zonder aangetekend schrijven of deurwaardersexploot: dan betaalt de werkgever de volledige 1.666 euro aan de werknemer op het moment van ontslag; de werkgever heeft het contract beëindigd met aangetekend schrijven of deurwaardersexploot: dan betaalt de RVA de 1.666 euro volledig, behalve als de werkgever niet kan aantonen dat hij vooraf de alternatieven voor ontslag uitputte (zie hieronder); de werkgever heeft het contract beëindigd met aangetekend schrijven of deurwaardersexploot, maar hij voldoet niet aan één van volgende voorwaarden:
- in 2010 een crisis-ADV (in het kader van de crisismaatregelen) hebben toegepast ten aanzien van de betrokken arbeider;
- in 2010 een crisistijdkrediet hebben toegepast ten aanzien van de betrokken arbeider;
- in 2010 een minimum aantal dagen economische werkloosheid hebben toegepast ten aanzien van de betrokken arbeider: minimum 4 weken indien de arbeider geen 20 jaar anciënniteit heeft in de onderneming; minimum 8 weken vanaf 20 jaar anciënniteit.
In dit geval wordt de crisispremie voor 1/3 door de werkgever betaald (555 euro) en voor 2/3 (1.111) door de RVA. Bedrijven met minder dan 10 werknemers die economische problemen kennen, kunnen een vrijstelling vragen van de 555 euro. In dat geval betaalt de RVA 1.666 euro.
Deeltijdsen hebben pro rata recht op de bovenvermelde bijdragen. Een halftijdse krijgt dus de helft. Een viervijfde ontvangt 4/5 van de premie. Dus: lid van het ACV en ontslagen vanaf 1 januari 2010, zonder dat een tewerkstellingscel wordt opgericht? Wend je tot het ACV. We zullen je helpen bij de indiening van je aanvraag voor de crisispremie en deze ook uitbetalen.
5. De Vlaamse overbruggingspremie Er zijn niet alleen de crisismaatregelen van de federale regering. De vlaamse regering zette een paar maanden ook het licht op groen voor de Vlaamse overbruggingspremie. Om in aanmerking te komen voor deze aanmoedigingspremie, moet: je tewerkgesteld zijn in een onderneming met uitbatingszetel in het Vlaamse Gewest; je onderneming ofwel beschikken over een federale erkenning als onderneming in moeilijkheden of herstructurering ofwel een substantiële daling van de economische activiteiten kunnen aantonen. (zie: Welke voorwaarden moet de werkgever vervullen?); in je onderneming een plan opgemaakt worden met arbeidsherverdelende maatregelen (zie: Welke voorwaarden moet de werkgever vervullen?); na de arbeidsduurvermindering nog minstens 50 % werken, anders kan er geen premie worden toegekend; je aanvraag voor de premie uiterlijk op 30 juni 2010 worden ingediend.
De werkgever moet een plan opmaken. Dit plan bevat:
1. opgave van de substantiële daling van minimum 20% van de omzet of de productie in één van de vier kwartalen voorafgaand aan de aanvraag ten opzichte van hetzelfde kwartaal van het jaar voordien. Als niet wordt uitgegaan van het laatste kwartaal voor de aanvraag, dan moet de dalende trend in de daaropvolgende kwartalen bevestigd worden; 2. de arbeidsherverdelingsmaatregelen
Voor de arbeidsduurvermindering in het kader van de overbruggingspremie: realisatie van de arbeidsduurvermindering: vermelding van aanpassing contracten en aangepast arbeidsrooster; lijst van werknemers die de overbruggingspremie zullen aanvragen arbeidsduurvermindering (%) per werknemer; eventueel afspraken over opleiding die de brede inzetbaarheid tot doel hebben en aanduiden welke werknemers een opleiding zullen volgen; verklaring dat loonverlies wegens arbeidsduurvermindering met minder dan 50% gecompenseerd wordt door de werkgever.
3. opgave van het aantal arbeidsplaatsen die voorwerp zijn van de maatregel (aantal vermeden ontslagen); 4. opgave van de periode van de arbeidsduurvermindering. Deze periode mag maximaal 6 maanden duren. Deze periode is verlengbaar met maximaal 6 maanden. De aanvraag tot verlenging moet uiterlijk inde laatste maand van de lopende periode worden ingediend. Als je werkgever over een federaal attest van erkenning als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering beschikt, moet hij een plan opstellen zoals hierboven beschreven, met uitzondering van punt 1.
De aanvragen worden gebundeld opgestuurd met toevoeging van een exemplaar van het plan. Op elk aanvraagformulier wordt verwezen naar het plan. Je kan de Vlaamse ovebruggingspremie voor de duur van 6 maanden (verlengbaar met maximaal 6 maanden) krijgen voor een arbeidsduurvermindering tot en met 31 december 2010, maar: je mag geen ander werk uitoefenen en geen zelfstandige activiteit hebben, tenzij je al één jaar voor je arbeidsduurvermindering zelfstandig bent in bijberoep; je mag geen onderbrekingsuitkering hebben in het kader van het federale tijdskrediet; je mag geen werkloosheidsvergoeding ontvangen; je kan de premie slechts ontvangen voor de duurtijd van het plan (zie: Welke voorwaarden moet de werkgever vervullen?); je mag tezelfdertijd geen andere Vlaamse aanmoedigingspremie ontvangen.
De Vlaamse overheid betaalt de overbruggingspremies maandelijks uit. Je initiële brutoloon mag niet overschreden worden door het ontvangen van de premie. Elke wijziging in de persoonlijke situatie moet binnen de 30 dagen door de werknemer aan de Dienst Aanmoedigingspremies meegedeeld worden. De werkgever kan de wijzigingen meedelen, mits hij daartoe werd gemandateerd door de werknemers in het plan. Onrechtmatig verkregen premies worden teruggevorderd.Vanaf de eerste dag van de maand, volgend op de datum waarop je niet meer voldoet aan de voorwaarden tot het bekomen van de overbruggingspremie, verlies je het recht op de premie. De overbruggingspremies zijn gekoppeld aan de indexcijfer. | Toestand vóór dearbeidsduurvermindering | Toestand tijdens de arbeidsduurvermindering | Vlaamse aanmoedigingspremie:bruto bedragen op 20/03/2009 | Vlaamse aanmoedigingspremie:netto bedragen op 20/03/2009 | | Je werkt minimum 75% van eenvoltijdse betrekking | Je gaat halftijds werken(minimum 75% => 50%) | 492,85 euro | 345 euro | | Je werkt minimum 70% van eenvoltijdse betrekking | Je vermindert je werktijd metminstens 20% van een voltijdsebetrekking (minimum70% => 50%) | 207,14 euro | 145 euro | | Je werkt minimum 60% van eenvoltijdse betrekking | Je vermindert je werktijd metminstens 10% en minder dan20% van een voltijdse betrekking(minimum 60% => 50%) | 135,71 euro | 95 euro |
Op de Vlaamse aanmoedigingspremie wordt 30% bedrijfsvoorheffing ingehouden
Als je de werktijd met minstens 20% vermindert, krijg je als alleenstaande -eventueel met kinderen ten laste- een bijkomende premie van 43,35 euro bruto (30,35 euro netto). Je voegt dan een attest van gezinssamenstelling (aan te vragen bij je gemeente) bij het aanvraagformulier. Als je de werktijd met minstens 20% vermindert en hiervan gebruik maakt om een opleiding te volgen, kan men een bijkomende premie krijgen van 58,59 euro (41,01 euro netto). Hiervoor moet luik C van het aanvraagformulier worden ingevuld door de opleidingsinstelling en moet de opleiding aan één van volgende criteria beantwoorden: een opleiding bij de VDAB; een opleiding die wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend door de sectorale opleidingsfondsen; een opleiding die door de Vlaamse overheid wordt georganiseerd, gesubsidieerd of erkend, of een opleiding die daarmee gelijkgesteld is. Die opleiding moet minimum 120 uren op jaarbasis bedragen.
Voor verdere inlichtingen over de Vlaamse overbruggingspremie, bel je het infonummer 1700. |