|
Tijdens de klimaatmanifestatie in Brussel, enkele weken geleden, riep ik op om niet fatalistisch te zijn over het klimaatbeleid. Om ons niet neer te leggen bij de malaise na de mislukking van Kopenhagen. Blijkbaar was ik niet de enige met die overtuiging, want op de klimaattop in Cancún heeft het klimaatbeleid een flinke duw in de rug
gekregen. De beleidsverantwoordelijken kunnen met nieuwe moed aan de slag om de gemaakte afspraken uit te voeren. Tegelijkertijd is glashelder dat de opwarming van het klimaat niet gestopt zal worden met de afspraken van Cancún. De inspanningen van de landen om hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zijn nog steeds
ruimschoot s onvoldoende. Het akkoord stelt dan ook dat iedereen zijn engagement moet optrekken, dat iedereen een extra inspanning moet doen. We hopen alvast dat ook België en de Europese Unie verder bouwen op de dynamiek van Cancun. We moeten beter doen dan de reductie met 20 % (ten opzichte van 1990) die de Europese regeringsleiders hebben afgesproken: het akkoord geeft duidelijk aan dat de ontwikkelde landen hun uitstoot moeten verminderen met 25 tot 40 % onder het niveau van 1990 tegen 2020, om de opwarming onder controle te houden. Dat is ook wat het IPCC aanbeveelt, het Intergovernmental Panel on Climate Change, een organisatie van de Verenigde Naties die wetenschappelijke bevindingen van duizenden wetenschappers wereldwijd over de klimaatverandering verzamelt. Als vakbond zijn we tevreden met het akkoord van Cancún. Voor het eerst in de geschiedenis van de milieuverdragen van de Verenigde Naties wordt gesproken over de rol van werknemers. Het centrale begrip, de ‘rechtvaardige transitie’ waar wij onze visie op het klimaatbeleid aan vastknopen, staat in het akkoord. Die rechtvaardige overgang naar een groene samenleving moet volgens het akkoord zorgen voor waardig werk en goede jobs. Daarmee hebben we in het internationaal klimaatbeleid de plaats gekregen die we verdienen. Zonder ons is immers geen ambitieus klimaatbeleid mogelijk. De grondige hervorming naar een koolstofarme economie kan enkel gerealiseerd worden op een sociaal rechtvaardige manier. Dit betekent ondersteuning voor werknemers die hun job dreigen te verliezen, via vormingsprogramma’s en een sterke sociale zekerheid. We pleiten ook voor een sterke rol van de overheid. Die moet vooruitziend gaan om de economische transitie voor te bereiden. Ze moet vooraf inspelen op veranderingen met goed doordachte en onderbouwde beleidsmaatregelen en investeringen. Dit betekent ook dat we extra aandacht moeten besteden aan onze energie-intensieve industrie. Ons industrieel beleid moet afgestemd worden op de klimaatuitdaging door uitstoot te verminderen en tegelijkertijd jobs te beschermen. Niet door allerhande subsidies en vrijstellingen te geven aan de bedrijven. Maar, door vooruitziend en creatief te werk te gaan. Vakbonden en werkgevers moeten dit samen aanpakken. Ieder met zijn eigen kennis en vanuit zijn eigen rol. Wij kunnen voor een draagvlak zorgen bij de werknemers voor een ambitieus beleid. Maar ook de werkgevers moeten zich minder defensief opstellen. Alles bij het oude laten heeft geen zin. Daarvoor is de klimaatuitdaging te groot. Laat ons daarom verder werken op de spirit van Cancún en gaan voor een ambitieus klimaatbeleid dat voor echt toekomstgerichte, duurzame ontwikkeling zorgt in ons land. Wij zijn er klaar voor!
Luc Cortebeeck
ACV-voorzitter
|