|
Uitzendbureau Tempo Team liet een peiling over onze werkloosheidsverzekering uitvoeren bij 1 500 Belgen. En wat blijkt? Bijna de helft van de Belgen vindt die werkloosheidsuitkeringen te hoog. Acht op tien Belgen vindt dat de werkloosheidsvergoeding verminderd moet worden naarmate iemand langer werkloos is. Prompt volgde in ‘De Standaard’ een mooi een-tweetje met Marc De Vos (Itinera) die er als de kippen bij was om in deze krant te pleiten voor een radicale hervorming van de werkloosheidsverzekering: een werkloosheidsuitkering moet snel afgebouwd worden en de het vrijgekomen budget moet besteed worden aan begeleiding.
De enquête van Tempo Team hangt het beeld op van de profiteur-werkloze die zorgeloos geniet van te hoge werkloosheidsuitkeringen.
Dat beeld strookt helemaal niet met de realiteit, integendeel. De Vergrijzingscommissie becijferde wat je in België minstens als inkomen moet hebben om geen armoederisico te lopen. Zo ligt de armoedenorm voor een alleenstaande op 1.013 euro per maand. Voor een koppel bedraagt dit 1.520 euro per maand. En dan mogen er nog geen kinderen zijn. Want dan moet je er per kind nog 304 euro bijtellen. Als je dit vergelijkt met een paar minimumuitkeringen, dan kom je tot onthutsende vaststellingen. De minimumwerkloosheidsuitkering voor een alleenstaande bedraagt 898 euro per maand. Dat is 115 euro te weinig om geen armoede te riskeren. Voor een werkloos gezinshoofd met een partner zonder eigen inkomen is dit 1.069 euro. Dat is (zelfs zonder kinderen) 451 euro onder de norm. Daarom ook de zware kritiek van het ACV op de formateursnota die voorstelt alle gezinshoofden en alleenstaanden na een bepaalde werkloosheidsperiode op een strikt minimum te zetten. Zonder serieuze optrekking van de huidige minima is dat niet enkel broodroof, maar komt het puur en simpel neer op het organiseren van armoede, overigens geheel haaks op het Belgische engagement in het kader van Europa 2020 om het aantal personen met risico op armoede of uitsluiting te verminderen met 380.000. Voor Marc De Vos moet de uitkering trouwens nog veel sneller dalen. Kennelijk vergeet hij dat er vandaag al een serieuze degressiviteit in ode werkloosheidsuitkeringen is ingebouwd. Die al veel vroeger begint te spelen dan na 4 jaar. De maximumuitkeringen zakken al na 6 maanden, alleenstaanden en samenwonenden zakken fors na een jaar. De Vos maskeert dit alles door te stellen dat werklozen in ruil opleiding en begeleiding zullen krijgen. Wat dus betekent dat de werkloze zelf zijn opleiding en begeleiding zal moeten betalen. Het is De Vos blijkbaar ontgaan dat er, zeker sinds het activeringsbeleid dat in 2004 werd afgesproken, een sterke begeleiding van werkzoekenden en een sterke controle op werkbeschikbaarheid is. En dit in alle gewesten. Zo worden werkzoekenden maandelijks door de VDAB opgeroepen. Wie een langere tijd werkloos is wordt door de RVA opgeroepen om zijn of haar zoekgedrag naar werk te bewijzen. Als je geen inspanningen kunt bewijzen, riskeer je een sanctie. Het grootste manco in de redenering van De Vos is echter de afwezigheid van de kern van het probleem. Werkloosheid is in de eerste plaats een gevolg van een banentekort en van toegang tot banen. Onterecht legt Marc De Vos alle verantwoordelijkheid bij de werkloze zelf. Wat echt nodig is, is een gepast jobaanbod. Als de conjunctuur gunstig is, vinden per maand zo’n 32.000 mensen werk in Vlaanderen. Maar daar staat tegenover dat een groot deel van die vacatures voor interimarbeid zijn, dus heel onstabiele contracten. Die heel conjunctuurgevoelig zijn. Vaak duikt ook het verhaal op van de openstaande vacatures die structureel niet ingevuld raken. Als we nagaan over welke jobs het dan gaat, blijkt dat vaak te gaan om beroepen waar de arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden de echte knelpunten zijn. Blijkbaar hebben de werkgevers nooit de eerlijke moed – of de druk gevoeld – om deze arbeidsomstandigheden te verbeteren. Ze worden geacht ‘bij de job te horen’. De kandidaat-werknemers moeten dit maar slikken. Bovendien zoeken werkgevers ook te vaak naar dé witte raaf en nemen ze geen genoegen met de bonte specht die ze groeimogelijkheden kunnen bieden. En ook de overheid heeft een belangrijke taak: ze moet er mee voor zorgen dat jongeren niet zonder kwalificaties van de schoolbanken komen. Zeker in een maatschappij waarin laaggekwalificeerde arbeid weggesaneerd wordt, komen zij er immers niet aan te pas.
Karim Dibas, verantwoordelijke arbeidsmarktwerking van het ACV, reageert.
Meer informatie: Karim Dibas - 0474 34 74 27 -
|