|
Na 12 jaar van onderzoek, periode waarin sommige dossiers niet eens onderzocht zijn, is de kans groot dat een miljardenfraude nooit door de strafrechter zal behandeld worden. De fraude werd gepleegd door 14 banken en een veelvoud van bedrijven die klant zijn of waren bij de betrokken banken. De belastingfraude bedroeg 400 miljoen euro. De feiten dateren van het einde van de jaren ‘80 en liepen tot 1992. De fraude werd gepleegd door misbruik te maken van de forfaitaire buitenlandse belasting (ffb). De fbb gaf de Belgische belastingplichtigen die in het buitenland roerende voorheffing hadden betaald, recht op een forfaitaire belastingaftrek van 15% zodat geen twee keer belasting moest betaald worden, zowel in het buitenland als in België. Dat deze maatregel een uitnodiging was voor ontwijking en fraude werd dan ook bewezen door de feiten die zich door de maatregel hebben voorgedaan. Sommige banken kochten in het buitenland obligaties waarop ze minder dan 15% voorheffing moesten betalen. Gezien de Belgische overheid een belastingaftrek van 15% voorzag, was winst verzekerd. Op zich was dit geen misdaad, maar heel wat banken zouden een trafiek met valse waardepapieren hebben opgezet. Zowel de banken als hun klanten kregen een belastingaftrek zonder een obligatie te hebben gekocht. Dit is valsheid in geschrifte, gebruik maken van valse stukken en oplichting. In 1990 werd dan ook beslist de ffb af te schaffen. Vanaf 1991 geldt nog enkel de werkelijk in het buitenland betaalde belasting. Dit dossier bewijst nog eens dat er dringend efficiënte maatregelen nodig zijn om de fiscale fraude te bestrijden. De samenwerking tussen strafrechter en fiscus moet verbeterd worden. De grote middelen moeten worden ingezet : er moeten prioriteiten worden gelegd, en fiscale specialisten moeten worden ingezet in de strijd tegen de belastingfraude, ook voor de vervolging ervan. Het ACV vindt dat er een kordate aanpak nodig is om de fiscale fraude te bestrijden. Het ACV stelt voor: de fiscale controles en de bijbehorende pakkans opdrijven. Door correct, grondig en met een zekere regelmaat te controleren moet de fraude al een heel eind kunnen teruggedrongen worden.Daarom eist het ACV de volledige opheffing van het bankgeheim. Deze hinderpaal moet eerst worden opgeruimd om tot een efficiënte controle te komen; het “enig dossier van de belastingplichtige” invoeren. Dat is een dossier per belastingplichtige waarin alle gegevens gebundeld staan die nodig zijn voor een correcte aangifte; een correcte rapportering over de vooruitgang van de strijd tegen de fiscale fraude uitbouwen, zodat politiek de juiste conclusies en maatregelen kunnen genomen worden.
|